Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade
Einde inhoudsopgave
Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade (R&P nr. CA21) 2019/11.6:11.6 Samenvatting
Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade (R&P nr. CA21) 2019/11.6
11.6 Samenvatting
Documentgegevens:
D.A. van der Kooij, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
D.A. van der Kooij
- JCDI
JCDI:ADS589802:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
510. Indien zich niet laat vaststellen dat met de geschonden norm of met de toepasselijke kwalitatieve aansprakelijkheid beoogd is te beschermen tegen de schade zoals geleden, ligt een grens aan de reikwijdte van aansprakelijkheid daar waar de veroorzaakte schade geldt als de verwezenlijking van een risico dat door de aansprakelijkheidscheppende gebeurtenis niet is vergroot (§ 11.1).
Voor elke schade laten zich, naast de aansprakelijkheidscheppende gebeurtenis, diverse condiciones sine quibus non aanwijzen. De vraag rijst hierdoor waarom die ene noodzakelijke voorwaarde die geldt als aansprakelijkheidscheppende gebeurtenis, aansprakelijkheid voor de gehele schade rechtvaardigt. In het algemeen laat deze aansprakelijkheid zich rechtvaardigen waar met de geschonden norm of met de toepasselijke kwalitatieve aansprakelijkheid juist beoogd is te beschermen tegen schade voor het ontstaan waarvan mede de aanwezigheid van bepaalde andere noodzakelijke voorwaarden noodzakelijk was. Ook laat de aansprakelijkheid voor veroorzaakte schade zich in het algemeen rechtvaardigen indien schade is veroorzaakt waartegen met de geschonden norm of met de kwalitatieve aansprakelijkheid juist beoogd is te beschermen, en daardoor een ander risico is ontstaan dat zich vervolgens ook heeft verwezenlijkt met schade als gevolg. Indien echter de schade zoals geleden geldt als de verwezenlijking van een risico dat de gelaedeerde steeds liep en dat door de aansprakelijkheidscheppende gebeurtenis niet is vergroot, laat zich aansprakelijkheid voor die schade mijns inziens niet rechtvaardigen. Men kan ook zeggen dat in het algemeen met normen en kwalitatieve aansprakelijkheden niet beoogd is te beschermen tegen dit soort zuiver toevallig veroorzaakte schade. Deze grens aan aansprakelijkheid voor de door de aansprakelijkheidscheppende gebeurtenis veroorzaakte schade ligt daar waar een risico kan worden genoemd zodanig dat (a) de schade zoals geleden geldt als verwezenlijking van dit risico, (b) de gelaedeerde dat risico ook zonder de aansprakelijkheidscheppende gebeurtenis zou lopen en (c) dat risico niet door de aansprakelijkheidscheppende gebeurtenis is vergroot en dus sprake is van een zuiver toevallig verband tussen de aansprakelijkheidscheppende gebeurtenis en de schade zoals geleden (§ 11.2).
Onder omstandigheden kan de zuiver toevallig veroorzaakte schade zodanig overeenkomen met schade waartegen met de geschonden norm of met de kwalitatieve aansprakelijkheid wel beoogd is te beschermen, dat het onredelijk zou zijn om voor deze schade geen aansprakelijkheid te laten bestaan (§ 11.3).
Deze vierde grens aan aansprakelijkheid is een interpretatie van de Duitse leer van de adequate veroorzaking. In die leer lag het waardevolle inzicht besloten dat als de aansprakelijkheidscheppende gebeurtenis de kans op de veroorzaakte schade niet heeft vergroot, het onredelijk zou zijn om aansprakelijkheid voor die schade te laten bestaan (§ 11.4).
Deze begrenzing van aansprakelijkheid laat zich niet goed bereiken met de andere in hoofdstuk 8, 9 en 10 besproken grenzen; probeert men dat toch, dan komt men steeds weer uit op het criterium van kansvergroting (§ 11.5).