Einde inhoudsopgave
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/2.10.2
2.10.2 Richtlijn voor grensoverschrijdende splitsingen en de nationale implementatie daarvan
Mr. dr. G.C. van der Burgt, datum 29-11-2021
- Datum
29-11-2021
- Auteur
Mr. dr. G.C. van der Burgt
- JCDI
JCDI:ADS491500:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting (V)
Voetnoten
Voetnoten
Richtlijn (EU) van 27 november 2019 (2019/2121), PbEU 12 december 2019, nr. L 321/1. Deze richtlijn bevat aanpassingen en uitbreidingen van Richtlijn (EU) van 14 juni 2017 (2017/1132), PbEU 30 juni 2017, nr. L 169/46. Zie bijvoorbeeld Schutte-Veenstra & Verbrugh, Ondernemingsrecht 2020/40, Koster in: Huizink-bundel 2019, p. 289-301 en de bijdragen in WPNR 2021/7309 (themanummer Grensoverschrijdende mobiliteit rechtspersonen).
In hoofdstuk 3, art. 135 t/m 160. Deze regels waren al opgenomen in Richtlijn (EU) van 14 juni 2017 (2017/1132), PbEU 30 juni 2017, nr. L 169/46 en zijn uiteindelijk terug te voeren op Richtlijn van 17 december 1982 (82/891/EEG), PbEG 31 december 1982, nr. L 378/47 (Zesde Richtlijn). Zie onderdeel 2.3.
In hoofdstuk 4, art. 160 bis t/m 160 duovicies.
Zie art. 160 bis.
Art. 160 ter, onder 1.
Art. 160 ter, onder 4.
Ik verwijs naar onderdeel 2.8.2.
Zie onderdeel 2.8.3. De moeder-dochterafsplitsing is in de richtlijn apart gedefinieerd. Zie hierna.
Deze afsplitsingsvariant is besproken vanaf onderdeel 2.8.3, onder e.
Art. 160 ter, onder 3. Voor kritiek hierop verwijs ik naar Roelofs & Koster, WPNR 2021/7309, onderdeel 4.
Zie overweging 8 in de considerans van deze richtlijn.
Het Nederlandse implementatiewetsvoorstel was op 1 september 2021 (afronding van dit onderzoek) nog niet gelanceerd.
Op 27 november 2019 hebben het Europees Parlement en de Raad een richtlijn vastgesteld met betrekking tot grensoverschrijdende omzettingen, fusies en splitsingen.1 In deze richtlijn zijn niet alleen regels opgenomen voor binnenlandse splitsingen van NV’s,2 maar ook voor grensoverschrijdende splitsingen binnen de EU.3 Laatstbedoelde regels zijn van toepassing op grensoverschrijdende splitsingen van kapitaalvennootschappen die in overeenstemming met het recht van een lidstaat zijn opgericht en die hun statutaire zetel, hun hoofdbestuur of hun hoofdvestiging binnen de Unie hebben. Daarbij is vereist dat ten minste twee van de bij de splitsing betrokken kapitaalvennootschappen onder het recht van verschillende lidstaten vallen.4
Een vennootschap is gedefinieerd als een kapitaalvennootschap met een vorm als genoemd in bijlage II van de richtlijn.5 Voor Nederland zijn daarin alleen de NV en de BV opgesomd. De richtlijn onderscheidt drie GOS-varianten:6
Volledige splitsing. Hierbij gaan alle activa en passiva van het vermogen van de gesplitste vennootschap over naar twee of meer nieuw opgerichte verkrijgende vennootschappen. De gesplitste vennootschap houdt op te bestaan. De deelnemers in de gesplitste vennootschap krijgen effecten of aandelen toegekend in de verkrijgende vennootschappen. Vertaald naar de Nederlandse terminologie gaat het hier over een zuivere splitsing.7
Gedeeltelijke splitsing. Bij deze rechtshandeling gaat een deel van de activa en passiva van de gesplitste vennootschap over naar aan een of meer verkrijgende vennootschappen. De gesplitste vennootschap blijft bestaan. Aan de deelnemers in de gesplitste vennootschap worden effecten of aandelen toegekend in de verkrijgende vennootschappen of in de gesplitste vennootschap of in zowel de verkrijgende vennootschappen als de gesplitste vennootschap. Deze splitsingsvariant is verwant met wat in het Nederlandse civiele recht een afsplitsing wordt genoemd.8
Splitsing door scheiding. Een deel van de activa en passiva van de gesplitste vennootschap gaat over naar een of meer verkrijgende vennootschappen, tegen uitreiking van effecten of aandelen in de verkrijgende vennootschappen aan de gesplitste vennootschap. De gesplitste vennootschap blijft dus voortbestaan. Vertaald naar het Nederlandse civiele recht gaat het hier over een bijzondere variant van afsplitsing, te weten de moeder-dochterafsplitsing.9
Wat betreft het toepassingsbereik van de regels voor grensoverschrijdende splitsingen uit de richtlijn is het relevant op te merken dat een verkrijgende vennootschap in de loop van een GOS nieuw moet worden opgericht.10 Deze regels maken het dus niet mogelijk om te splitsen naar een bestaande verkrijgende vennootschap. Dit is als volgt gemotiveerd:11
“Deze richtlijn bevat geen geharmoniseerd kader voor grensoverschrijdende splitsingen waarin een vennootschap activa en passiva overdraagt aan een of meer bestaande vennootschap[pen] omdat het in zulke gevallen om zeer complexe zaken gaat waarbij instanties van verschillende lidstaten betrokken zijn en bijkomende risico's voor omzeiling van Unie- en nationale regels kunnen opduiken.”
De lidstaten dienen de regels voor grensoverschrijdende splitsingen uiterlijk op 31 januari 2023 te hebben geïmplementeerd.12