Einde inhoudsopgave
De verbintenisrechtelijke bescherming van de kleine opdrachtnemer (MSR nr. 85) 2023/4.2.2
4.2.2 De opzegtermijn van de opdrachtgever
N.M.Q. van der Neut, datum 22-09-2023
- Datum
22-09-2023
- Auteur
N.M.Q. van der Neut
- JCDI
JCDI:ADS855376:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Strijbos 1985, p. 12, 110 e.v. en 139; De Vries 1990, p. 337; Barendrecht & Van Peursem 1997, p. 153 e.v.; Van de Paverd 1999, p. 98 e.v.; Haak & Zwitser 2003, p. 148; Schelhaas, Redelijkheid en billijkheid (Mon. BW nr. A5) 2017/4.26.
Vgl. De Vries 2015, p. 224; Asser/Tjong Tjin Tai 7-IV 2022/165. Overigens ben ik van mening dat de geciteerde woorden geen opzegtermijn impliceren, maar zo’n termijn ook niet per se uitsluiten (zie de alinea hierna en par. 4.3.2).
Wat nog wel en wat niet meer van een bepaalde partij kan worden verlangd gedurende deze termijn, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval (HR 29 mei 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2657 (Elinga/British Wool); HR 24 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV1443 (Renault/Udo)).
Parl. Gesch. BW Inv. 3, 5 en 6 Boek 7 titels 1, 7, 9 en 14, 1991, p. 364.
De HR lijkt dit inmiddels te hebben bevestigd (HR 10 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:198). Hoewel het in dit arrest ging om een particuliere opdrachtgever, kunnen hieruit ook gevolgen voor de niet-particuliere opdrachtgever worden afgeleid: als de particuliere opdrachtgever aan een opzegtermijn kan worden gehouden, dan zal dat in het bijzonder gelden voor de niet-particuliere opdrachtgever.
Of het bedingen van een contractuele opzegtermijn voor de opdrachtgever een reële mogelijkheid is voor de opdrachtnemer, is lastig te zeggen. Zo’n termijn is een minder vergaande beperking dan de inperking van de opzegbevoegdheid (zie par. 4.2.1), waardoor het wellicht eerder voor de hand ligt dat de opdrachtnemer aan de onderkant zo’n termijn met de opdrachtgever overeenkomt. Toch ga ik ervan uit dat de opdrachtnemer aan de onderkant zich gewoonlijk niet in de positie bevindt zo’n termijn contractueel af te dwingen, maar dat, als zo’n bepaling in de overeenkomst staat, opdrachtgevers dit uit goed fatsoen hebben opgenomen.
Een opzegtermijn betekent dat over deze termijn het volle loon verschuldigd is. Tijdens deze periode lopen de wederzijdse rechten en plichten van partijen in beginsel door. Zo’n termijn beschermt de opdrachtnemer in wezen door hem gedurende een zekere periode de mogelijkheid te geven een andere opdrachtgever te zoeken of zich op een andere wijze aan te passen aan de nieuwe situatie die na de beëindiging van de overeenkomst zal intreden. Zonder zo’n termijn zou het loon van de opdrachtnemer immers vrij onverwachts direct kunnen wegvallen en zouden vrij abrupt eventuele investeringen in deze opdracht niet meer kunnen worden terugverdiend. Via een opzegtermijn kan hij eventuele aanpassings- en afwikkelingsschade beperken, zoals het afbouwen van de relatie met de opdrachtgever en de daarmee samenhangende activiteiten, het zoeken naar alternatieven en het verkopen van eventueel overtollig materiaal.1 Voor een dergelijke aanpassing is doorgaans een zekere hoeveelheid tijd nodig.
De opdrachtgever is op basis van afdeling 7.7.1 BW niet verplicht een opzegtermijn in acht te nemen. Deze afdeling zwijgt namelijk over zo’n termijn. In artikel 7:408 lid 1 BW wordt alleen gesproken over ‘te allen tijde’ opzeggen, wat duidelijk geen opzegtermijn impliceert.2 Ook in artikel 7:411 lid 2 BW ligt geen opzegtermijn besloten. Het gaat daar om de verschuldigdheid van het loon bij het einde van de overeenkomst voor niet-verrichte werkzaamheden (zie paragraaf 4.2.3.1), terwijl tijdens de opzegtermijn de overeenkomst – en daarmee ook de wederzijdse rechten en plichten – in principe juist doorloopt.3
De opdrachtnemer heeft op basis van afdeling 7.7.1 BW dus geen bescherming in de vorm van een opzegtermijn als de opdrachtgever de overeenkomst opzegt. Dit betekent dat het aanpassen aan de nieuwe situatie en de eventueel daarmee samenhangende aanpassings- of afwikkelingsschade, in beginsel voor rekening van de opdrachtnemer komen. De parlementaire geschiedenis sluit een opzegtermijn echter niet uit, aangezien daarin de opmerking is te vinden dat niet in het algemeen is te zeggen of een opzegtermijn geldt, maar dat dat afhangt van onder andere het karakter van de opdracht en de vraag in welk stadium de opdracht zich bevindt.4 Hieruit kan worden opgemaakt dat afdeling 7.7.1 BW ruimte laat voor aanvulling van een opzegtermijn op grond van de (aanvullende werking van de) redelijkheid en billijkheid (zie paragraaf 4.3.2.1).5 Ook kan een opzegtermijn contractueel worden overeengekomen.6