Einde inhoudsopgave
De verbintenisrechtelijke bescherming van de kleine opdrachtnemer (MSR nr. 85) 2023/4.2
4.2 De opzegregels van afdeling 7.7.1 BW
N.M.Q. van der Neut, datum 22-09-2023
- Datum
22-09-2023
- Auteur
N.M.Q. van der Neut
- JCDI
JCDI:ADS855309:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1982/83, 17 779, 3, p. 2 en 5. In het kader van dit doel noemt Boot de structuur van art. 7:408 BW ‘wonderlijk’, aangezien de huidige vorm van dit artikel juist veel verschillende situaties creëert (Boot noemt er acht (Boot 2005, p. 149; Boot e.a., De zzp’er (MSR nr. 64) 2014/3.6)). Deze situaties worden m.n. veroorzaakt door de verschillen die worden gemaakt tussen de particuliere opdrachtgever, de niet-particuliere opdrachtgever, de particuliere opdrachtnemer en de niet-particuliere opdrachtnemer. Dit aspect laat ik in dit onderzoek verder onbesproken, omdat zowel de particuliere opdrachtgever als de particuliere opdrachtnemer buiten het bestek van deze studie valt (zie par. 1.2).
Kamerstukken II 1982/83, 17 779, 3, p. 5. Overigens is deze vereenvoudiging vooral geprobeerd te bereiken door de band met de arbeidsovereenkomst grotendeels te verbreken.
In deze paragraaf behandel ik de regels uit afdeling 7.7.1 BW over de opzegbevoegdheid van de opdrachtgever (paragraaf 4.2.1), de opzegtermijn van de opdrachtgever (paragraaf 4.2.2) en de opzegvergoeding waar de opdrachtnemer mogelijk recht op heeft (paragraaf 4.2.3). De huidige bepalingen hebben het doel de opzegregels zo eenvoudig mogelijk te houden.1 Aan dit doel ligt de gedachte ten grondslag dat het niet goed denkbaar is het gehele terrein van de dienstverrichtingscontracten te overzien.2
4.2.1 De opzegbevoegdheid van de opdrachtgever4.2.2 De opzegtermijn van de opdrachtgever4.2.3 De opzegvergoeding: loon en schadevergoeding na opzegging