Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW
Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/9.8.7.3.1:9.8.7.3.1 Inleiding
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/9.8.7.3.1
9.8.7.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS648725:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de schadeloosstellingsprocedure rondom de onteigening van vorderingsrechten van schuldeisers op SNS Bank en SNS Reaal hadden diverse schuldeisers een hoofdvordering op SNS Bank en een 403-vordering op SNS Reaal. Met betrekking tot de 403-vorderingen kunnen in deze casus twee vraagstukken van elkaar worden onderscheiden. De eerste vraag is of een 403-vordering moet worden aangemerkt als een vordering die is achtergesteld ten opzichte van vorderingen van andere schuldeiseres van de consoliderende rechtspersoon (de moedervennootschap die de 403-verklaring deponeerde: SNS Reaal) wanneer de vrijgestelde rechtspersoon (de dochtervennootschap: SNS Bank) met de schuldeiser is overeengekomen dat de hoofdvordering is achtergesteld ten opzichte van de vorderingen van andere schuldeisers van de vrijgestelde rechtspersoon. De tweede vraag is of de schuldeisers, wier hoofdvorderingen zijn onteigend, hun 403-vorderingen hebben behouden.