Antichresis en pandgebruik
Einde inhoudsopgave
Antichresis en pandgebruik (O&R nr. 125) 2021/6.2.4:6.2.4 Verzuim en faillissement
Antichresis en pandgebruik (O&R nr. 125) 2021/6.2.4
6.2.4 Verzuim en faillissement
Documentgegevens:
mr. R. Bobbink, datum 01-02-2021
- Datum
01-02-2021
- Auteur
mr. R. Bobbink
- JCDI
JCDI:ADS264524:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Genotsrechten
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
§1228 BGB voor roerende zaken, §1277 BGB voor vermogensrechten.
§50 InsO in verbinding met §173 Abs. 1 InsO; Bülow 2017, nr. 623; Bork 2017, nr. 302; Braun/Bäuerle 2019, nr. 50.1
Vgl. §172 juncto 173 InsO.
§173 Abs. 2 InsO; Bork 2017, nr. 302; Braun/Dithmar 2019, nr. 173.1-2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor het antwoord op de vraag of de pandhouder bevoegd is het recht van pandgebruik uit te oefenen maakt het niet uit of de schuldenaar in verzuim is. De pandhouder heeft immers steeds het bezit van het onderpand. Als hij het recht van pandgebruik heeft op grond van de pandovereenkomst, is de pandhouder dus vanaf de totstandkoming van het pandrecht in staat het recht van pandgebruik uit te oefenen. Anders dan bij de Zwangsverwaltung, geldt de uitoefening van het recht van pandgebruik niet als een wijze van executie. De pandhouder kan zijn pandrecht slechts executeren door verkoop van het onderpand.1
Het faillissement van de schuldenaar brengt geen verandering in de bevoegdheid tot pandgebruik van de pandhouder. De pandhouder mag het onderpand onder zich blijven houden en is zelfstandig bevoegd het onderpand te executeren.2 Tot de pandhouder het onderpand executoriaal heeft verkocht en geleverd, heeft hij het onderpand onder zich en kan hij het recht van pandgebruik uitoefenen.3 Een faillissement heeft ook geen invloed op de eigendomsverkrijging van natuurlijke vruchten door de pandgebruiker in faillissement. De pandgebruiker verkrijgt de eigendom van de vruchten immers op originaire wijze, door afscheiding. De vruchten passeren het vermogen van de gefailleerde niet. Dit betekent dat de pandgebruiker het recht heeft om zijn gesecureerde vordering tijdens insolventie te voldoen uit (de waarde van) de vruchten van het onderpand.4
Wel betekent het faillissement van de schuldenaar dat de pandhouder op enig moment zal moeten overgaan tot executoriale verkoop. De rechter kan de pandhouder op verzoek van de curator een redelijke termijn stellen om tot executie over te gaan. Laat de pandhouder deze termijn verstrijken zonder de executie te hebben voltooid, dan mag de curator overgaan tot executie van het pandobject.5