Einde inhoudsopgave
Antichresis en pandgebruik (O&R nr. 125) 2021/6.2.6
6.2.6 Functies van het recht van pandgebruik
mr. R. Bobbink, datum 01-02-2021
- Datum
01-02-2021
- Auteur
mr. R. Bobbink
- JCDI
JCDI:ADS264446:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Genotsrechten
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
Windscheid/Kipp 1906, p. 1182-1185.
Deze alinea is ontleend aan: Windscheid/Kipp 1906, p. 1182-1184; Bülow 2017, nr. 510; Staudinger/W. Wiegand 2019, nr. 1213.3 en 1214.3; Damrau 2020, nr. 1214.3-4. Vgl. §2.5.1.
Palandt/Wicke 2019, nr. 1214.3; Damrau 2020, nr. 1214.3.
§1214 Abs. 1 BGB; Windscheid/Kipp 1906, p. 1182 en 1184-1185; Bülow 2017, nr. 510; Brünink 2018a, nr. 10.7; Palandt/Wicke 2019, nr. 1214.2; Staudinger/W. Wiegand 2019, nr. 1214.2; Damrau 2020, nr. 1214.1-1214.2.
Palandt/Wicke 2019, nr. 1214.2; Damrau 2020, nr. 1214.1.
Damrau 2020, nr. 1214.6.
§1214 Abs. 3 BGB; Windscheid/Kipp 1906, p. 1182-1185; Bülow 2017, nr. 510; Brünink 2018a, nr. 10.7.
Palandt/Wicke 2019, nr. 1214.4; Staudinger/W. Wiegand 2019, nr. 1214.4; Damrau 2020, nr. 1214.5.
Zie §6.2.1 onder irreguläres Pfandrecht.
Vgl. §2.5.2.
In §2.5 en §3.4 heb ik voor het Romeinse recht twee functies van het recht van pandgebruik beschreven en geanalyseerd: de aflossingsfunctie en de rentefunctie. Deze functies van het recht van pandgebruik hebben ook in het BGB een plek gekregen. Het Duitse recht van pandgebruik heeft een aflossingsfunctie of een rentefunctie.1
Aflossingsfunctie
Uitgangspunt is dat de waarde van de vruchten van het onderpand in mindering komt op de gesecureerde vordering. De waarde van de vruchten komt allereerst in mindering op de kosten die de pandgebruiker heeft gemaakt ten behoeve van het onderpand. Vervolgens komt de waarde in mindering op de rente en hoofdsom. Als er dan nog vruchten over zijn, dient de pandgebruiker deze vruchten terug te geven aan de pandgever. Zodra de gesecureerde vordering tenietgaat, gaat het pandrecht immers ook teniet. De pandhouder verliest daarmee zijn recht van pandgebruik. Dit betekent dat de vruchten die na het tenietgaan van het pandrecht afscheiden, eigendom zijn van de pandgever.2
De waarde van de vruchten die in mindering komt op de gesecureerde vordering wordt als volgt vastgesteld. Als de pandgebruiker de vruchten zelf heeft verbruikt, geldt de gebruikelijke marktwaarde. Heeft de pandgebruiker de vruchten verkocht, dan geldt als waarde de koopprijs min de kosten die de pandgebruiker voor de verkoop heeft gemaakt.3 Als de pandgebruiker het pandobject heeft gebruikt en hierdoor gebruiksvoordeel heeft genoten dat niet tot uitdrukking komt in vruchten van het onderpand, wordt dit voordeel berekend aan de hand van een fictieve huurprijs van het onderpand.4
Gebruiksplicht
Als de pandhouder van roerende zaken een recht van pandgebruik heeft, is hij in beginsel verplicht dit recht uit te oefenen. Deze verplichting houdt in dat de pandgebruiker er zorg voor dient te dragen dat het onderpand vruchten oplevert. De pandgebruiker is regelmatig rekening en verantwoording verschuldigd aan de pandgever over de manier waarop hij zijn recht van pandgebruik heeft uitgeoefend.5 De pandgebruiker dient het onderpand zo te gebruiken dat het een normale vruchtopbrengst oplevert. Dit betekent dat hij aan de ene kant geen overmatige uitgaven mag doen om de vruchtopbrengst te verhogen; aan de andere kant mag de vruchtopbrengst niet lager zijn dan gebruikelijk.6 Als de pandgebruiker een te lage gebruiksopbrengst heeft gerealiseerd, wordt de gesecureerde vordering verminderd met het verschil tussen de opbrengst die de pandgebruiker in werkelijkheid heeft gerealiseerd en de opbrengst die hij had behoren te realiseren. In plaats van dit bedrag in mindering te brengen op de gesecureerde vordering, kan de pandhouder het bedrag ook betalen aan de pandgever.7
Rentefunctie
Het staat partijen vrij om, in afwijking van de hoofdregel dat het recht van pandgebruik een aflossingsfunctie heeft, anders overeen te komen. 8 Dit betekent dat partijen, als zij dit wensen, een rentefunctie aan het recht van pandgebruik kunnen geven. Hieruit vloeit voort dat de pandgebruiker de vruchten van het pandobject niet in mindering hoeft te brengen op de gesecureerde vordering. Als partijen een rentepandgebruik overeenkomen, kunnen zij bovendien de gebruiksplicht van de pandgebruiker uitsluiten. Hiermee vervalt tevens de verplichting tot rekening en verantwoording.9
Een irreguläres Pfandrecht (inclusief de financiëlezekerheidsovereenkomst) deelt enkele gemeenschappelijke kenmerken met het recht van rentepandgebruik, maar kwalificeert niet als zodanig. Zoals gezegd brengt een irreguläres Pfandrecht mee dat de zekerheidsgerechtigde de verpande zaken en rechten mag gebruiken door verbruik of beschikking. De pandhouder met een irreguläres Pfandrecht heeft dus een vergaand gebruiksrecht van de zekerheidsobjecten. Op de pandhouder met een irreguläres Pfandrecht rusten evenwel niet de verplichtingen van de pandgebruiker uit §1214 BGB. Dit betekent dat als de pandhouder met een irreguläres Pfandrecht zijn gebruiksrecht uitoefent, hij hierover geen rekening en verantwoording verschuldigd is aan de pandgever. Voorts hoeft hij voordeel dat hij door de uitoefening van zijn gebruiksrecht heeft verkregen, niet ten goede te laten komen aan de pandgever door (de waarde van) dit voordeel in mindering te brengen op de gesecureerde vordering.10 Dit voordeel komt dus toe aan de pandhouder met een irreguläres Pfandrecht. In dit opzicht lijkt de uitoefening van het gebruiksrecht van de pandhouder met een irreguläres Pfandrecht op het recht van rentepandgebruik. Zowel in het gerecipieerde Romeinse recht11 van pandgebruik als het geldende Duitse recht van rentepandgebruik komen de vruchten van het onderpand immers ten goede aan de rentepandgebruiker. Hij hoeft deze vruchten niet in mindering te brengen op de gesecureerde vordering en hij is geen rekening en verantwoording verschuldigd aan de pandgever. Een belangrijk verschil met het irreguläres Pfandrecht is wel dat de vruchten bij een recht van rentepandgebruik in de plaats komen van rente over de gesecureerde vordering. Bij het irreguläres Pfandrecht komen eventuele voordelen die de zekerheidsgerechtigde heeft verkregen door uitoefening van zijn gebruiksrecht nergens voor in de plaats. De voordelen kunnen bovenop een rentepercentage komen.