Achtergestelde vorderingen (O&R)
Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/7.4.3.2:7.4.3.2 Contante waarde
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/7.4.3.2
7.4.3.2 Contante waarde
Documentgegevens:
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186927:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie par. 5.5.6.5 en 7.4.2.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
499. Als een oneigenlijk achtergestelde vordering wordt geverifieerd met toepassing van de bepalingen voor verificatie van een vordering onder opschortende voorwaarde of tijdsbepaling, dan wordt die erkend als een concurrente vordering tot betaling van de contante waarde daarvan of erkend met behoud van voorwaarde. Die laatste variant komt in de volgende paragraaf aan bod.
Als de vordering is erkend als een concurrente vordering tot betaling van de contante waarde, dan deelt de schuldeiser daarvan mee in de executie-opbrengst als een concurrente schuldeiser. De achterstelling heeft dan zijn werking gekregen doordat het bedrag waarvoor de vordering is erkend lager is dan de nominale hoogte van de vordering. Als bij de verificatie reeds duidelijk was dat de seniorvorderingen niet voldaan zouden kunnen worden, dan is de contante waarde van de juniorvorderingen nihil. Zij delen dan niet mee in de executie-opbrengst.
Als er ten tijde van de verificatie wel enige kans was dat de seniorvorderingen voldaan zouden worden, dan zijn de juniorvorderingen erkend voor hun contante waarde groter dan nul. Die erkenning tegen verlaagde waarde heeft bij de verdeling van de executie-opbrengst feitelijk hetzelfde effect als wanneer de oneigenlijk achtergestelde vordering zou zijn erkend als een vordering waarvan de rang was verlaagd en waarbij aan het rangverschil gevolg moest worden gegeven met relatieve voorrang.1 Stel bijvoorbeeld dat de oneigenlijk achtergestelde vordering wordt erkend voor vijf procent van de nominale waarde daarvan. Daarvoor deelt de achtergestelde schuldeiser mee in de executie-opbrengst met een concurrente rang. Dan ontvangt die schuldeiser een even groot deel van de executie-opbrengst als wanneer zijn vordering in rang was verlaagd en aan die verlaagde rang gevolg werd gegeven met relatieve voorrang in een verhouding 1:20. In beide gevallen deelt de junior mee in de executie-opbrengst, maar zijn uitkering is in verhouding tot de nominale waarde van zijn vordering twintigmaal lager dan de uitkering aan de concurrente schuldeisers.