Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/3.3.1
3.3.1 Inleidende opmerkingen
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS399534:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Verdrag van Lissabon tot wijziging van het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, ondertekend te Lissabon, 13 december 2007, Pb. 2007, C 306/1 en – voor de geconsolideerde versies van VEU en VWEU – Pb. 2008, C 115/13, respectievelijk 47. Zie voor een beschrijving van de structuur van het Verdrag van Lissabon en de wijzigingen die het in de bestaande Verdragen aanbracht, de artikelenreeks in SEW 2008 en 2009: Van Ooik, ‘Het Verdrag van Lissabon, structuur en overzicht’, SEW 2008, 22, p. 38 e.v.; Eijsbouts, ‘Fundering en geleding’, SEW 2008, 41, p. 82 e.v.; Rood, ‘De EU na het Verdrag van Lissabon: naar een nieuw politiek en institutioneel evenwicht?’, SEW 2008, 60, p. 132 e.v.; Van den Brink, ‘Van rechtsinstrumenten naar rechtshandelingen’, SEW 2008, 79, p. 166 e.v.; Beukers, ‘Het Verdrag van Lissabon en besluitvorming in de (Europese) Raad’, SEW 2008, 101, p. 236 e.v.; Schrauwen, ‘Naar een waarlijk “fundamentele” status? Democratie en Europees Burgerschap na het Verdrag van Lissabon’, SEW 2008, 124, p. 288 e.v.; Amtenbrink & Van de Gronden, ‘Het economisch recht en het Verdrag van Lissabon I: mededinging en interne markt’, SEW 2008, 146, p. 323 e.v.; Amtenbrink & Van de Gronden, ‘Het economisch recht en het Verdrag van Lissabon II: Europese Economische en Monetaire Unie’, SEW 2008, 168, p. 389 e.v.; Reestman & Goudappel, ‘Het Verdrag van Lissabon en de Ruimte van Vrijheid, Veiligheid en Recht’, SEW 2008, 189, p. 441 e.v.; Ott & Wessel, ‘Het Verdrag van Lissabon en de externe betrekkingen van de Europese Unie’, SEW 2008, 208, p. 478 e.v.; Senden & Vandamme, ‘Het Verdrag van Lissabon en het Europese mandaat van nationale parlementen’, SEW 2009, 4, p. 21 e.v.; Douma & Vedder, ‘Het Verdrag van Lissabon en het Europese milieubeleid’, SEW 2009, 23, p. 62 e.v.; Parret, ‘En wat met rechtsbescherming?’, SEW 2009, 42, p. 103; Claes, ‘Het Verdrag van Lissabon en de Europese grondrechtenmozaïek’, SEW 2009, 64, p. 162 e.v.; Curtin, ‘Ierland en het Verdrag van Lissabon: van “Nee” naar “Ja”?’, SEW 2009, 83, p. 208 e.v.; Van Ooik &Wessel, ‘Het Verdrag van Lissabon: balans en afsluiting’, SEW 2009, 103, p. 253 e.v. Voor een globale beschrijving van de structuur zij vooral verwezen naar het inleidende opstel in deze serie van R.H. van Ooik in SEW 2008, 22, ‘Het Verdrag van Lissabon: structuur en overzicht’, nr. 1 en 2.
Verdrag betreffende de Europese Unie van 7 februari 1992, PbEG. 1992, C 191/1 van 29 juli 1992, Trb. 1992, 74, ook wel bekend onder de naam Verdrag van Maastricht of EU-Verdrag.
Deze landen zijn IJsland, Liechtenstein en Noorwegen. Zie hierna, par. 3.3.2.
De wetgeving van de EU speelt bij de verzekering van motorrijtuigen in Europa en de afhandeling van internationale verkeersongevallen een zeer grote rol. Alvorens in detail op deze wetgeving in te gaan, moet eerst een aantal terminologische kwesties worden behandeld. Met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon1 op 1 december 2009 is de terminologie weliswaar in zoverre vereenvoudigd dat de Europese Gemeenschap is opgegaan in de EU, de bestaande wetgevingsinstrumenten van de EU, zoals de richtlijnen en de verordeningen die op dat moment van kracht waren, dragen nog steeds de aanduiding ‘EG’ of – voor zover het wetgeving van voor het in 1992 in werking getreden Verdrag van Maastricht2 betreft - ‘EEG’ in hun officiële benaming. Een korte uitleg van het verschil tussen Unie en Gemeenschap is daarom nog steeds nuttig.
Bovendien is er de Europese Economische Ruimte (EER). Hoe verhoudt deze zich tot de EU en welke invloed heeft de EU-regelgeving op de landen van de EER (voor zover deze geen lid van de EU zijn)?3
Daarna is het van belang stil te staan bij de vraag welke bevoegdheden de EU heeft om op het gebied dat ons bezighoudt regels te stellen. Bovendien moet worden verduidelijkt wat de in de vorige paragrafen al herhaaldelijk genoemde richtlijnen en verordeningen van de EU precies zijn en welke de overige instrumenten zijn die haar ten dienste staan.
Het slot van deze paragraaf over de rol van de EU is gewijd aan een aantal specifieke elementen van de richtlijnen op het terrein van de motorrijtuigverzekering:
de grondslag van het optreden van de EU op dit terrein in het bijzonder, de toegang tot de motorrijtuigverzekeringsmarkten, alsmede de wijze waarop verzekeringsplicht is geregeld.