Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/3.13.7
3.13.7 Overwegingen van efficiëntie en democratie voor kleine besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS400271:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Klein, W.A. en E. M. Zolt (1995), 'Business Form, Limited Liability, and Tax Regimes: Lurching Toward a Coherent Outcome?', 66 University of Colorado Law Review, blz. 1001-1041.
Presser, S.B. (1992), supra noot 25, blz. 148-179.
Carr, J.L. en F. Mathewson (1988), 'Unlimited Liability as a Barder to Entry', 96 Joumal of Political Economy, blz. 766-784.
Klein, W.A. en E. M. Zolt (1995), supra noot 316, blz. 1001-1041.
Freedman, J. (1994), Small Businesses and the Corporate Form: Burden or Privilege?', 57 Modem Law Review, blz. 555-584.
Klein en Zolt argumenteren dat wanneer redenen van economische efficiëntie de beschikbaarheid van beperkte aansprakelijkheid aan grote vennootschappen rechtvaardigen, andere overwegingen van efficiëntie en 'democratie' overtuigend zullen leiden tot een zelfde behandeling van kleine vennootschappen.1 De doelstelling om economische investeringen en groei te stimuleren, suggereert dat beperkte aansprakelijkheid beschikbaar zou moeten zijn voor vennootschappen van alle soorten omvang. Presser geeft aan dat de democratische rechtvaardiging van beperkte aansprakelijkheid door weinig academici besproken is. De beperkte aansprakelijkheid werd door de negentiende eeuwse wetgevers in staten zoals New York gezien als een middel om kleinschalige ondernemers aan te moedigen, en om de toegang tot markten competitief en democratisch te houden. Door incorporatie ook open te stellen voor kleinere vennootschappen konden ook de minder welvarenden investeren in hun vennootschap.2 Binnen de categorie beroepsbeoefenaren werd onbeperkte aansprakelijkheid ook wel gezien als drempel voor het toetreden van nieuwe vennootschappen op de (dienstverlenings)markt. Hierdoor kon een concurrentiestrijd voorkomen worden en ontstonden er kleine monopolies waardoor de prijzen hoog gehouden konden worden. Lange tijd waren bepaalde gevestigde beroepsgroepen en kantoren dan ook voorstander van het intact laten van de onbeperkte aansprakelijkheid.3 Ook hier zou het openstellen van de markt door het verschaffen van beperkte aansprakelijkheid uit democratisch oogpunt gewenst kunnen zijn. Klein en Zolt zien verder niet in dat wanneer beperkte aansprakelijkheid door kleinere vennootschappen bereikt kan worden door de oprichting van een kapitaalvennootschap, het recht niet één stap verder kan gaan door de noodzaak daarvan te elimineren.4 Het gebruik van een kapitaalvennootschap als rechtsvorm voor kleinere ondernemingen zorgt voor teveel administratieve lasten en de bepalingen voor kapitaalvennootschappen zijn te gedetailleerd en complex voor kleine vennootschappen.5 In het bijzonder geldt dit voor de bepalingen, die erop zijn gericht om aandeelhouders te beschermen als het eigenaarsbelang en bestuur gescheiden zijn. wanneer die scheiding er niet is. Het kiezen van een suboptimale rechtsvorm zal de efficiëntie niet ten goede komen.