Quasi-erfrecht
Einde inhoudsopgave
Quasi-erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2006/VI.5:VI.5. Quasi-erfrecht met bindende elementen of zuiver contractueel erfrecht?
Quasi-erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2006/VI.5
VI.5. Quasi-erfrecht met bindende elementen of zuiver contractueel erfrecht?
Documentgegevens:
prof. mr. F.W.J.M. Schols, datum 24-03-2006
- Datum
24-03-2006
- Auteur
prof. mr. F.W.J.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS574430:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Nieder,Testamentsgestaltung, Rn. 379 e.v.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Kunnen wij met ons moderne erfrecht voldoende gehoor geven aan (de bestaande) behoefte aan bindende elementen ter zake des doods?
Gelet op de ruime mogelijkheden met de overeenkomst terzake des doods biedt de huidige wetgeving de benodigde ruimte, mits op een enkel punt een aanpassing van ons erfrecht wordt doorgevoerd. Het is wat mij betreft, thans alles overziende, niet nodig om een (ingewikkelde) regeling in te voeren gebaseerd op het Erbvertrag en het gemeinschaftliches Testament, welke regelingen uitgebreid zijn besproken in hoofdstuk V, par. 3 en par. 4. De bestudering van deze erfrechtelijke instituten was evenwel erg inspirerend. Een comeback van de regeling van de contractuele erfstellingen en legaten is mijns inziens ook niet nodig om aan de wensen van cliënten/testateurs te kunnen voldoen.
Voor de praktijk geldt mijns inziens immers dat ‘ter zake des doods’ bepaalde afspraken mogelijk moeten zijn met betrekking tot bepaalde objecten, zoals een huis of een concreet bedrag in geld. Hiervoor biedt ons recht de mogelijkheden.
Een ingrijpende wetgevingsoperatie, die de invoering van het contractuele erfrecht met zich zou brengen, is (vooralsnog) niet opportuun.
Wel is het onder meer noodzakelijk contractuele mogelijkheden te bieden met art. 4:82 BW (niet-opeisbaarheid legitieme) en 4:74 BW (legaat in termijnen in verband met de bedrijfsopvolging). Ik verwijs naar par. 6 van dit hoofdstuk. Een aanpassing op dit gebied behelst geen grote ingreep.
Een meer algemene erfrechtelijke gebondenheid dan die onder het geldende recht bereikt kan worden met de overeenkomst terzake des doods’ spreekt mij, alles overziende, thans minder aan. Uit de bestudering van de Duitse regelingen bleken de bezwaren. Het feit dat art. 4:4 lid 2 BW ook quasi-contractuele erfstellingen en universele legaten verbiedt, is dan ook zo gek nog niet. Anderzijds moet ik wel direct opmerken dat ik er op vertrouw dat de Nederlandse notaris er voor zal waken dat erfrechtelijke figuren ongenuanceerd gebruikt worden. Hij moet danwel verplicht ingeschakeld worden.
In dit kader is nog interessant dat men ook in Duitsland voordelen verbonden ziet aan het werken met de overeenkomst terzake des doods ten opzichte van het contractuele erfrecht.1Ik verwijs naar par. 1.2 van hoofdstuk IV. Genoemd worden onder meer:
ruimere bindingsmogelijkheden;
meer zekerheid.
Dit zijn echter niet de punten die mij overtuigen om te opteren voor een oplossing binnen ons huidige systeem, boven een stelsel van zuiver contractueel erfrecht. Het voordeel dat ik verbonden zie aan de overeenkomst ter zake des doods binnen het bestaande wettelijke kader is het feit dat, zoals geconstateerd, geen ingrijpende wetswijziging nodig is. Met de bestaande middelen en een kleine ingreep, zoals voor te stellen in par. 6 van dit hoofdstuk, kan eenvoudig gehoor worden gegeven aan de wensen van de praktijk. Dit alles zonder de risico’s die spelen bij een systeem dat de mogelijkheden biedt om een erfgenaam of een universeel legataris met binding te benoemen.
Door het quasi-erfrecht met bindende elementen als alternatief aan te bieden, wordt de herroepelijkheid van de uiterste wilsbeschikking nogmaals benadrukt. Dit neemt de indruk weg dat met uiterste wilsbeschikkingen erfrechtelijke gebondenheid bestaat. Kiest de cliënt/testateur niet voor bindende elementen dan zouden de testamenten van de partners bij voorkeur niet in elkaars bijzijn gepasseerd moeten worden.