Einde inhoudsopgave
Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht (O&R nr. 150) 2024/2.4.1.1
2.4.1.1 Reële dreiging van inbreuk
mr. P. Teunissen, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. P. Teunissen
- JCDI
JCDI:ADS955547:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Parl. Gesch. BW Boek 6, p. 613; Asser/Sieburgh 6-IV 2023, nr. 153. Zie HR 23 februari 1990, ECLI:NL:HR:1990:AD1043, NJ 1990/663, m.nt. D.W.F. Verkade (Verheijen/Zwaan), rov. 3.4; HR 21 december 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZC3693, NJ 2002/217, m.nt. T. Koopmans (VJV c.s./Staat), rov. 3.3 sub D; HR 8 juli 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ1703, IER 2011/68, m.nt. F.W. Grosheide, NJ 2011/363 (De Thuiskopie), rov. 3.6.3.
Zie Deurvorst, GS Onrechtmatige daad, nr. II.2.1.2.7.
HR 23 februari 1990, ECLI:NL:HR:1990:AD1043, NJ 1990/663, m.nt. D.W.F. Verkade (Verheijen/Zwaan), rov. 3.4.
HR 1 december 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1899, AMI 1995, p. 137, m.nt. C.J.J.C. Van Nispen, NJ 1995/510, m.nt. D.W.F. Verkade (Intres/Disney), rov. 1.3.
Voor toewijzing van een verbod is niet noodzakelijk dat de inbreuk zich al heeft voorgedaan. Voldoende is dat er een reële dreiging bestaat dat de inbreuk zich in de toekomst zal voordoen.1 De waarschijnlijkheid van de inbreuk moet worden beoordeeld aan de hand van de omstandigheden van het geval.2 Omstandigheden die meewegen in deze beoordeling zijn de ernst van de al gepleegde overtreding, het gedrag van de aangesprokene naar aanleiding van een eerdere waarschuwing, zijn standpunt met betrekking tot de ongeoorloofdheid van zijn handelen en de wijze waarop en het verband waarin de toezegging is gedaan. De enkele omstandigheid dat de gedaagde na een eenmalige, toegegeven inbreuk heeft toegezegd daarmee te zullen stoppen leidt over het algemeen niet tot afwijzing van een verbodsvordering.3 Toezeggingen die pas op de terechtzitting worden gedaan rechtvaardigen een dergelijk oordeel evenmin.4