Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/5.11.3
5.11.3 Doorstroomtoets
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949569:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Het Toetsbesluit PO bevat twee artikelen waarin is geregeld wie de eindtoets afneemt. Op grond artikel 2, eerste lid, neemt het bevoegd gezag de eindtoets af en in artikel 5, eerste lid, is geregeld dat de eindtoets wordt afgenomen door de directeur, onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag.
Zie artikel 42b, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs zoals dit luidde voor 1 januari 2023 (Stb. 2014, 13). Zie over het verschil tussen het ouder artikel 42b, tweede lid en het nieuwe artikel 45b, derde lid, van de Wet op het primair onderwijs uitgebreider Buiting 2022, p. 6-10.
Rechtbank Amsterdam 13 april 2007, ECLI:NL:RBAMS:2007:BA4253.
Voordat het schooladvies definitief wordt vastgesteld, wordt bij de leerling een doorstroomtoets afgenomen. Deze toets werd in het verleden ook wel de eind- of CITO-toets genoemd. De doorstroomtoets meet in elk geval de kennis en vaardigheden van de leerling op het terrein van Nederlandse taal, rekenen en wiskunde.1 Een externe toetsaanbieder stelt de doorstroomtoets op. Deze toets wordt vervolgens afgenomen door de directeur van de betreffende school onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag.2 De toetsaanbieder beoordeelt de doorstroomtoets.3 Voor iedere leerling die de toets aflegt dient de toetsaanbieder een leerlingenrapport op te stellen. In dit rapport dient in elk geval het resultaat van de eindtoets, het niveau waarop de toets is afgelegd, een advies omtrent het vervolgonderwijs en een indicatie van de beheersing van de referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen te worden opgenomen. Op de wijze waarop de doorstroomtoets tot stand komt wordt dieper ingegaan in § 6.2.
De uitslag van de doorstroomtoets is voornamelijk van belang omdat het bevoegd gezag het schooladvies naar boven kan bijstellen als de toetsuitslag hoger uitvalt dan het schooladvies. Tot het schooljaar 2023-2024 was bepaald dat het bevoegd gezag het schooladvies diende te heroverwegen, naar aanleiding van de toetsuitslag.4 Nu is in de Wpo bepaald dat het bevoegd gezag het schooladvies in beginsel bijstelt als de toetsuitslag hoger uitvalt.5 Het bevoegd gezag kan evenwel gemotiveerd afwijken van de toetsuitslag, als dit in het belang van de leerling is. Net als in het verleden heeft het bevoegd gezag dan ook beoordelingsruimte om af te wegen of de toetsuitslag aanleiding vormt om het schooladvies bij te stellen. Deze beoordelingsruimte is ruim. De toetsuitslag betreft immers de kennis en vaardigheden van de leerling op het terrein van Nederlandse taal, rekenen en wiskunde, terwijl het schooladvies een brede afweging van de resultaten en ontwikkeling van de leerling in brede zin vergt.
In 2007 lag bij de rechtbank Amsterdam een zaak voor over het schooladvies en de doorstroomtoets (deze toets werd toen nog eindtoets genoemd).6 Deze zaak betrof een leerling die een havo-advies had gekregen. Uit de eindtoets en een door de ouders extern afgenomen eigen onderzoek bleek echter dat de leerling zou passen op het vwo. Het bevoegd gezag weigerde evenwel het schooladvies naar boven bij te stellen. De leerling had meer begeleiding nodig en was minder goed in staat zelfstandig te leren dan van een vwo-leerling verwacht mocht worden. De voorzieningenrechter noemde het discutabel dat het schooladvies niet was bijgesteld. Evenwel kon hij niet tot het oordeel komen dat het schooladvies bijgesteld moest worden. Aan het bevoegd gezag komt een grote mate van (beleids)vrijheid toe. De voorzieningenrechter zou enkel aanpassing van het schooladvies kunnen vorderen indien “geen weldenkend directeur tot dit advies had kunnen komen”. Daar was evenwel geen sprake van.
Uit het voorgaande blijkt dat aan het bevoegd gezag een grote mate van beoordelingsvrijheid toekomt bij het bijstellen van het schooladvies naar aanleiding van de uitslag van de doorstroomtoets. Net als bij de vaststelling van het schooladvies is de bijstelling hiervan complex en afhankelijk van verschillende factoren. De rechter heeft, net als bij het toetsen van het schooladvies, niet de kennis of deskundigheid om naar aanleiding van de toetsuitslag het schooladvies bij te stellen. De rechter kan pas ingrijpen indien de beoordeling evident onredelijk is.