De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/5.11.5:5.11.5 Centraal examen
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/5.11.5
5.11.5 Centraal examen
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949604:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie artikel 27 van het Besluit eindexamens v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o. (Stb. 1970, 51).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het eindexamen in het voortgezet onderwijs bestaat naast het schoolexamen voor de meeste vakken ook uit een centraal examen. Dit is een van overheidswege vormgegeven examen, dat wordt opgesteld door het College voor toetsen en examens (CvTE). Het examen wordt beoordeeld door een examinator afkomstig van de betreffende school en door een zogenaamde gecommitteerde.1 De gecommitteerde is een examinator van een andere school. Voor de beoordeling van het centraal examen dienen de opgaven en beoordelingsnormen gebruikt te worden die zijn opgesteld door het CvTE. De score van het centraal examen wordt in overleg tussen de examinator en de gecommitteerde vastgesteld. Op de wijze waarop het centraal examen tot stand komt wordt dieper ingegaan in § 6.3.
De rol van de burgerlijke rechter bij het toetsen van een centraal examen wijkt op twee punten af van het schoolexamen. Bij het centraal examen rust de beoordeling in de eerste plaats niet enkel op het oordeel van de examinator, maar ook op dat van de gecommitteerde. Het centraal examen wordt met andere woorden door twee examinatoren beoordeeld. In de tweede plaats is van belang dat de gecommitteerde en de examinator hun oordeel moeten baseren op de door het CvTE vastgestelde beoordelingsnormen. Het is dan ook de vraag in hoeverre zij beoordelingsruimte hebben bij het beoordelen van een centraal examen en wat dit betekent voor de rol van de rechter.
5.11.5.1 Gecommitteerde5.11.5.2 Correctievoorschrift