Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer
Einde inhoudsopgave
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/14.4.3.3.4:14.4.3.3.4 Tweetrapsmaking
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/14.4.3.3.4
14.4.3.3.4 Tweetrapsmaking
Documentgegevens:
Mr. dr. A.E. de Leeuw, datum 29-02-2020
- Datum
29-02-2020
- Auteur
Mr. dr. A.E. de Leeuw
- JCDI
JCDI:ADS232806:1
- Vakgebied(en)
Vermogensbelasting (V)
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Tot slot bespreek ik de variant waarin sprake is van een tweetrapsmaking. In afwijking van de eerdere voorbeelden ga ik nu uit van inbrenger/erflater X (ongehuwd), die als afstammelingen zijn kinderen A en B nalaat, ieder voor 50%. De tweetrapsmaking houdt in dat A en B beide bezwaarde zijn en tevens verwachter, die verkrijgt indien het andere kind zonder afstammelingen overlijdt. A overlijdt tien jaar na X zonder afstammelingen (of echtgenoot). B verkrijgt nu als verwachter. Ik abstraheer van waardemutaties of vertering van het bezwaarde vermogen in de periode tussen het overlijden van X en dat van A.
Het daadwerkelijk door A van X geërfde vermogen gaat bij het overlijden van A als gevolg van vervulling van de voorwaarden over op B als verwachter. B is ter zake van deze verkrijging erfbelasting verschuldigd op basis van het ouder-kind tarief, aangezien hij geacht wordt te verkrijgen van X.
Daarnaast is B de erfgenaam bij versterf van A, zodat hij het “aandeel” van B in het APV-vermogen toegerekend krijgt na diens overlijden. Dit is zowel het geval indien B daadwerkelijk erfgenaam is, op grond van het erfrecht bij versterf of het testament van A, als indien A een ander als erfgenaam heeft aangewezen, aangezien B in dat geval een onterfde erfgenaam is als bedoeld in artikel 2.14a lid 4 Wet IB 2001. B is derhalve erfbelasting verschuldigd ter zake van deze fictieve verkrijging, waarbij hij nu geacht wordt van A te verkrijgen in plaats van van X. Aangezien het tarief in deze verhouding veel hoger is dan in de verhouding ouder-kind, werkt de “vererving” via het APV veel ongunstiger uit dan de toepassing van de tweetrapsmaking.