Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context
Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/7.4:7.4 Afwegingskader
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/7.4
7.4 Afwegingskader
Documentgegevens:
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661431:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Het afwegingskader is voor dit onderzoek ontwikkeld met het oog op toepassing van het vertrouwensbeginsel bij door voorlichting gewekte verwachtingen. Mogelijk is het afwegingskader breder toepasbaar, maar dat is hier niet onderzocht.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Essentie van het herijkingsvoorstel is dat de hoofdregel ‘nee, tenzij’ moet worden vervangen door een afwegingskader. In deze paragraaf ontwikkel ik het afwegingskader. Het afwegingskader geeft een raamwerk voor de beoordeling van door voorlichting gewekte voorlichting bij de burger voor toepassing van het vertrouwensbeginsel. De communicatieve inzichten bieden handvatten aan om verwachtingen die een burger heeft ontleend aan (voorlichtende) uitingen van de Belastingdienst over de wijze waarop de inspecteur zijn bevoegdheid zal uitoefenen, te beoordelen op hun redelijkheid.1
Het afwegingskader dient zowel de zijde van de Belastingdienst als die van de burger in de afweging te betrekken, aangezien bij (vertrouwenwekkende) communicatie zowel een zender als een ontvanger zijn betrokken. Dat neemt niet weg dat de vraagstellingen in het afwegingskader vertrekken vanuit het perspectief van de burger. Dat is juridisch bezien passend, want het vertrouwensbeginsel ziet op verwachtingen die zijn gewekt bij de burger. Het past bovendien goed in de tijdgeest waarin het burgerperspectief in het (belasting)recht meer centraal staat (paragraaf 2.2.3).
7.4.1 Het afwegingskader7.4.2 Stap I: Redelijke verwachtingen?7.4.3 Stap II: Rechtsgevolg?