Einde inhoudsopgave
Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking (IVOR nr. 118) 2020/4.2
4.2 Een veelheid aan categorieën onmiddellijke voorzieningen
mr. A.C. Faber, datum 16-03-2020
- Datum
16-03-2020
- Auteur
mr. A.C. Faber
- JCDI
JCDI:ADS196970:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Nr. 86.
De Ondernemingskamer kan bij wijze van onmiddellijke voorziening besluiten van bestuurders, commissarissen, of (andere) organen van de rechtspersoon schorsen (art. 2:356 BW, aanhef en onder a), bestuurders en commissarissen schorsen (aanhef en onder b), bestuurders en commissarissen tijdelijk aanstellen (aanhef en onder c), tijdelijke afwijking van bepalingen van de statuten bepalen (aanhef en onder d), en bepalen dat aandelen tijdelijk zijn overgedragen ten titel van beheer aan een beheerder (aanhef en onder e). Vgl. nr. 96.
Zie nr. 141 voor een beschrijving van ‘doorslaggevend’ en ‘beslissend’.
Storm telde 15 verschillende soorten voorzieningen in de in 2007 gegeven beschikkingen (Storm 2008, p. 39).
Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009/772; Olden, Ondernemingrecht 2003/p. 549-555, nr. 6. Voor uitvoerige opsommingen zie Holtzer 2002, p. 32; Geerts 2004, p. 5.2.6. Zie ook Rapport Cools/Kroeze 2009, tabellen M.1 en M.2. P.D. Van Gaalen heeft alle in de jaren 1994 tot en met 2003 getroffen onmiddellijke voorzieningen gerubriceerd. Zij geeft verbanden weer tussen de soort gegronde redenen om aan een juist beleid te twijfelen en het type getroffen voorzieningen (Van Gaalen 2004).
Rapport Cools/Kroeze 2009, p. 5.7.
Het patroon in latere jaren is vergelijkbaar (bijv. De Groot, Heuten & Hoogervorst 2017).
Het zijn voornamelijk recenter beschikkingen dan de jurisprudentie die Cools c.s. in het empirisch onderzoek heeft betrokken. De indeling naar categorie in dit hoofdstuk stemt niet overeen met de in het Rapport Cools/Kroeze of door Van Gaalen gehanteerde indelingen.
[134] De voorzieningen die in de tweede fase kunnen worden getroffen indien van wanbeleid is gebleken zijn in artikel 2:356 BW vermeld.1 Daarentegen zijn in de wet geen maatregelen opgesomd die kunnen worden getroffen als onmiddellijke voorziening op de voet van artikel 2:349a lid 2 BW. In elk geval kunnen de voorzieningen die zijn genoemd in artikel 2:356 BW als onmiddellijke voorziening figureren voor zover ze een tijdelijk karakter kunnen hebben.2 Maar ook niet in de wet vermelde maatregelen zijn mogelijk. Aan door de Ondernemingskamer benoemde bestuurders en commissarissen wordt wel een doorslaggevende of een beslissende stem of een andere bijzondere bevoegdheid toegekend.3 Besluiten worden aan de voorafgaande goedkeuring van een bepaalde (al dan niet door de Ondernemingskamer benoemde) functionaris onderworpen. Verboden wordt om over een agendapunt te stemmen in de algemene vergadering van aandeelhouders. Ook het verbod op het (verder) uitvoeren van een overeenkomst, waar dit proefschrift over gaat, is niet als voorziening in de wet genoemd. De rechtspraak vertoont een waaier aan maatregelen.4 Verscheidene schrijvers hebben staalkaarten van in de praktijk getroffen onmiddellijke voorzieningen samengesteld.5 In het Rapport Cools/Kroeze 2009 zijn de in de jaren 1994 tot en met 2007 getroffen onmiddellijke voorzieningen in categorieën ingedeeld en gekwantificeerd.6 Uit die cijfers blijkt dat de benoeming van een bestuurder en de benoeming van een commissaris relatief veel voorkomende maatregelen waren. In mindere mate werden functionarissen geschorst. Voorzieningen die de besluitvorming binnen de rechtspersoon aangaan, zoals schorsing van een genomen besluit of een verbod op besluitvorming, kwamen in de onderzochte periode aanzienlijk minder vaak voor.7
[135] Veelvuldig worden meer onmiddellijke voorzieningen tegelijkertijd getroffen. Vaak bestaat er bovendien een samenhang tussen die tegelijkertijd getroffen voorzieningen. De ene maatregel kan nopen tot het treffen van de andere maatregel. Bijvoorbeeld: als de Ondernemingskamer de enige bestuurder of alle bestuurders van een rechtspersoon schorst, zal zij in beginsel moeten voorzien in het bestuur van de rechtspersoon door de tijdelijke aanstelling van een andere bestuurder.
De Ondernemingskamer treft de spoedeisende maatregelen, en niet de Hoge Raad. Daarom ligt het voor de hand dat het in de volgende paragrafen over beschikkingen van de Ondernemingskamer gaat.8