Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen
Einde inhoudsopgave
Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen (O&R nr. 80) 2014/3.5.5:3.5.5 Weggevallen verrijkingen
Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen (O&R nr. 80) 2014/3.5.5
3.5.5 Weggevallen verrijkingen
Documentgegevens:
mr. S.R. Damminga, datum 07-11-2013
- Datum
07-11-2013
- Auteur
mr. S.R. Damminga
- JCDI
JCDI:ADS498742:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overige verbintenissen
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In normale omstandigheden, dat wil zeggen wanneer er geen vordering tot teruggave zou hebben bestaan, ligt het risico van waardevermindering van een vermogensbestanddeel bij degene in wiens vermogen dit vermogensbestanddeel valt. Ieder draagt immers in beginsel zijn eigen schade. In gevallen van ongerechtvaardigde verrijking geldt echter een ander regime. Het risico dat een verrijking vermindert, wordt naar de verrijkingsschuldeiser verplaatst.1 §818 lid 3 bepaalt namelijk dat de verplichting tot teruggave of waardevergoeding vervalt voor zover de verrijkingsschuldenaar niet meer verrijkt is. Deze regel vloeit volgens de auteurs voort uit de aard van het verrijkingsrecht. Het gaat immers om een ongerechtvaardigde verrijking die moet worden afgestaan en niet om een verarming van de verrijkingsschuldeiser die moet worden vergoed. De verrijkingsschuldenaar hoeft daarom alleen datgene terug te geven wat nog van de verrijking over is.
In de literatuur worden drie groepen gevallen onderscheiden waarin §818 lid 3 moet worden toegepast, die in deze subparagraaf worden besproken.
(i) verkregen goed valt weg
In de eerste groep valt een verrijking weg zonder dat daarvoor een vergoeding in de plaats komt. Enkele voorbeelden maken de werking van het verweer duidelijk. Zo is terugvordering niet mogelijk als geld dat zonder rechtsgrond is ontvangen wordt gestolen. En als een paard dat zonder rechtsgrond is verkregen dood gaat, kan de verrijkingsschuldeiser niet langer teruggave van het paard vorderen. Ook kan hij geen waardevergoeding vorderen. En, ten slotte, als een verrijkingsschuldenaar zonder rechtsgrond een fles wijn heeft gekregen welke hij leegdrinkt, is hij niet langer verplichtkan de verrijkingsschuldeiser.
Echter, als de verrijkingsschuldenaar het gebruik of verlies van andere zaken bespaard is gebleven, kan hij zich niet beroepen op het verweer dat de verrijking is weggevallen. Als bijvoorbeeld een verrijkingsschuldenaar zonder rechtsgrond een fles wijn krijgt en hij haar heeft leeggedronken kan hij zich een andere fles wijn van dezelfde soort hebben uitgespaard. Hij is dan nog steeds verrijkt en zal daarom de waarde van de verkregen fles wijn moeten vergoeden. Ook bij een economisch zinvolle besteding van verkregen voordeel is geen sprake van een weggevallen verrijking. Iemand die met geld dat hij zonder rechtsgrond heeft verkregen, schulden heeft afgelost, is nog steeds verrijkt.
(ii) verkrijging van een goed leidt tot uitgaven
De tweede groep betreft gevallen waarin de verrijking is weggevallen doordat de verrijkingsschuldenaar kosten heeft gemaakt of schade heeft geleden, wat niet zou zijn gebeurd zonder de verrijking. Te denken valt aan belastingen en reparatiekosten die een verrijkingsschuldenaar heeft gemaakt voor een zaak die zonder rechtsgrond aan hem in eigendom is overgedragen. Ook valt te denken aan het geval waarin een verrijkingsschuldenaar zonder rechtsgrond een fles wijn krijgt en zich nu de luxe permitteert om een fles wijn van een andere soort te aan te breken, wat hij niet zou hebben gedaan als hij de eerste fles wijn niet zou hebben gekregen. Een ander voorbeeld – dat in de literatuur veel wordt genoemd2 – is het geval waarin een verrijkingsschuldenaar zonder rechtsgrond een hond verkrijgt. De hond brengt schade aan het tapijt van de verrijkingsschuldenaar of een derde toebrengt. Als de hond nog kan worden teruggegeven, moet de verrijkingsschuldeiser de schade vergoeden als hij volhardt in zijn vordering.
Vooral Flume heeft kritiek geuit op deze invulling van de leer van de weggevallen verrijking.3 Hij meent dat het voorbeeld van de hond aantoont dat in te veel gevallen het risico op het wegvallen van de verrijking wordt gelegd op de verrijkingsschuldeiser. Flume betoogt dat als de verrijkingsschuldenaar ervoor kiest om een bepaald voordeel te verwerven, hij de risico’s dient te dragen die kleven aan dit specifieke voordeel. Wie er bijvoorbeeld voor kiest om een hond te hebben, moet ook de risico’s dragen die het hebben van een hond met zich brengt. Hij heeft volgens Flume geen recht op schadevergoeding van de verrijkingsschuldeiser als deze volhardt in zijn vordering tot teruggave. Uiteraard mogen dan aan de keuze van de verrijkingsschuldenaar om een voordeel te verwerven geen gebreken kleven, zoals handelingsonbekwaamheid.
Volgens Flume moet een handelingsonbekwame worden beschermd tegen de risico’s die kleven aan het verkrijgen van een voordeel. Stel bijvoorbeeld dat een handelingsonbekwame zonder rechtsgrond een hond verkrijgt en dat de hond schade veroorzaakt aan het tapijt van de verrijkingsschuldenaar. Als de verrijkingsschuldeiser de hond terugvordert, heeft de verrijkingsschuldenaar volgens Flume wel recht op vergoeding van de schade die door de hond is aangericht.
(iii) verrijkingsschuldenaar waardeert verkregen voordeel niet op marktwaarde
De derde groep betreft gevallen waarin het ontvangen voordeel voor de verrijkingsschuldenaar persoonlijk geen waarde heeft (of minder dan de marktwaarde) en hij het niet in natura kan teruggeven. Toepassing van het leerstuk van de ‘weggevallen verrijking’ in gevallen waarin de verrijkingsschuldenaar de prestatie niet persoonlijk waardeert, zal vooral bij ‘opgedrongen verrijkingen’ een nuttige functie kunnen vervullen. Zo hoeft de eigenaar van een stuk grond waarop de verrijkingsschuldenaar in de verwachting daarvan eigenaar te worden een gebouw neerzet, niet de marktwaarde te vergoeden indien hij het gebouw niet nuttig vindt.