Einde inhoudsopgave
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/7.3.3.1
7.3.3.1 Het Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen (LRGD)
S. Schuite, datum 10-04-2023
- Datum
10-04-2023
- Auteur
S. Schuite
- JCDI
JCDI:ADS701930:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Keijser & Mulder, Lessen uit het Register van Gerechtelijk Deskundigen; Zevenbergen, Advocatenblad 2017/9, p. 53. Zie ook de homepage van het LRGD (www.lrgd.nl).
Er is een vakgebied ‘Overheidsaansprakelijkheid’, maar daar staan – naast de werknemers van de SAOZ – slechts twee deskundigen onder geregistreerd.
Dat is – uiteraard – ook lastig voorstelbaar aangezien het LRGD de vakgebieden ‘planschade’ en/of ‘nadeelcompensatie’ in het geheel niet kent.
Vakjes die aangevinkt kunnen worden zijn: Vakgebied heeft wettelijk kader, Visitatie, Opleiding, Permanente educatie, ervaring, gedragscode, certificering en tuchtrecht.
Op het eerste oog is het LRGD voor nadeelcompensatiedeskundigen niet de meest aangewezen registerinstantie. Nadeelcompensatie- en planschadeadviseurs treden immers (voornamelijk) op in de bestuurlijke besluitvormingsprocedure, terwijl het LRGD zich – blijkens haar naam – toelegt op gerechtelijk deskundigen. Toch kunnen ook andere opdrachtgevers dan de rechterlijke macht terecht bij het LRGD. Uit verschillende publicaties van en over het LRGD blijkt dat het reeds bij de oprichting de bedoeling was dat het LRGD ook ten dienste zou staan aan private partijen, bestuursorganen en hun advocaten.1 Niets weerhoudt hen ervan het openbare register te gebruiken. Vergeleken met Register DOBS staan er echter maar weinig nadeelcompensatie- en planschadedeskundigen bij het LRGD geregistreerd. Daar is een aantal mogelijke redenen voor.
Ten eerste is er met DOBS een alternatief in zwang dat zich nadrukkelijk manifesteert als hét register op het gebied van onder andere nadeelcompensatie en planschade (zie ook hierna in § 7.3.3.2). Het LRGD kent daarentegen niet eens een afzonderlijk vakgebied ‘planschade’ of ‘nadeelcompensatie’, laat staan de mogelijkheid om onder die vakgebieden te worden geregistreerd.2 Het is aannemelijk dat daardoor in de nadeelcompensatie- en planschadepraktijk de overtuiging mist dat een registratie bij het LRGD van toegevoegde waarde is. Daar komt nog bij dat de kosten van registratie en herregistratie hoog zijn bij het LRGD. Krachtens het ‘Besluit registratiekosten, jaarlijkse bijdrage en herregistratiekosten’ bedragen de eenmalige inschrijfkosten ten minste € 600. Dat bedrag is € 1.000 indien de zogenaamde ‘Regeling Bijzondere Vakgebieden’ van toepassing is, en loopt verder op als de kandidaat langs de ‘Commissie Beoordeling Vaardigheden’ moet. De eenmalige inschrijfkosten bedragen dan al € 1.750. Daarnaast is er een jaarlijkse bijdrage die is vastgesteld op € 444. Voor kleinere advieskantoren en/of particulieren is dat veel geld. Zeker als zij ook al DOBS- en/of NRVT-geregistreerd zijn. De kosten bij Register DOBS liggen aanzienlijk lager met eenmalige bijdrage van € 250 en een jaarlijkse bijdrage van € 350. Dat is een mogelijke verklaring waarom voornamelijk de planschade- en nadeelcompensatieadviseurs van grote organisaties zoals de SAOZ en StAB geregistreerd zijn bij het LRGD.
In de praktijk speelt het LRGD dus een bescheiden rol als het aankomt op de registratie van nadeelcompensatie- en planschadedeskundigen. In theorie zou het LRGD daarentegen – ook voor nadeelcompensatiedeskundigen – een geschikt controle- en kwaliteitsborgingsmechanisme kunnen zijn. Voor wat betreft een analyse van de op- en inrichtingseisen van het LRGD verwijs ik kortheidshalve naar § 7.3.2.3 en § 7.3.2.4. Daar werd geconcludeerd dat het LRGD – op een tweetal punten na – een goed op- en ingericht deskundigenregister is.
Voor wat betreft de aan nadeelcompensatiedeskundigen te stellen toelatingseisen kan daarentegen niet zonder meer worden aangesloten bij § 7.3.2.3 en § 7.3.2.4. Anders dan onteigeningsdeskundigen vallen nadeelcompensatie- en planschadedeskundigen namelijk niet onder de ‘gespecificeerde vakgebieden’.3 Dat betekent dat er voor hen geen afwijkende toelatingseisen gelden. Gekeken moet dus worden naar de algemene toelatingseisen van het LRGD.
Met betrekking tot de vakinhoudelijke kennis baseert het LRGD zich net als Register DOBS in beginsel op een “door het lidmaatschap van een representatieve beroepsvereniging bestaande erkenningen van vakkennis.”4 Dat wil zeggen dat het LRGD een aantal beroepsverenigingen heeft geaccrediteerd. Zij hebben de stempel ‘zelfstandig kwalificerend’ gekregen.5 Accreditatie geschiedt alleen als de beroepsvereniging ten minste een gedragscode, tuchtrecht en een verplichting tot permanente educatie heeft. Indien een kandidaat lid is van een ‘zelfstandig kwalificerende’ beroepsvereniging wordt de benodigde vakinhoudelijke kennis afgelezen aan diens lidmaatschap. Indien de beroepsvereniging waartoe de deskundige behoort niet als ‘zelfstandig kwalificerend’ is aangemerkt, wordt van de deskundige verlangd dat hij op het registratieformulier informatie over de beroepsvereniging verstrekt. Onder meer de eisen die de vereniging voor toelating en (verlengd) lidmaatschap stelt dienen inzichtelijk te worden gemaakt.6 Indien er zelfs geen duidelijk afgebakende beroepsgroep bestaat, kan toegang worden verkregen via de ‘Regeling Bijzondere Vakgebieden’. In een dergelijk geval moet de deskundige zelf onder meer de maatschappelijke erkenning van de specialisatie doorgeven, alsmede een aantal referenties en aanpalende beroepsorganisaties.7 De meeste nadeelcompensatie- en planschadedeskundigen zullen, als taxateur, lid zijn van de NRVT, NVM, NVR of VBO Makelaar. Deze beroepsverenigingen zijn door het LRGD allemaal als ‘zelfstandig kwalificerend’ aangemerkt. De beoogd voorzitter, of enig lid van de adviescommissie is dikwijls jurist. Als deze tevens advocaat is, geldt de NOVA als zelfstandig kwalificerende beroepsvereniging. Als deze geen advocaat is, moet de inschrijving worden verkregen via de ‘Regeling Bijzondere Vakgebieden’.
De nadeelcompensatie- of planschadedeskundige zal voorts moeten aantonen dat hij juridisch voldoende is onderlegd om op te treden in rechte. Dat kan hij op vier manieren doen. De meest voor de hand liggende optie is het behalen van het diploma van de PAO tot gerechtelijk deskundige in Leiden. Andere manieren zijn het in bezit zijn van een universitaire master in de rechtsgeleerdheid, gedurende minimaal vijf jaar voorafgaande aan de inschrijving zijn opgetreden als gerechtelijk deskundige of door middel van andere, door het bestuur als voldoende overtuigend en objectief gewaardeerde, bewijsstukken. Met betrekking tot de eis van permanente educatie kan worden aangesloten bij hetgeen daarover in § 7.3.2.3 is gezegd. Dat geldt ook voor de eis dat deskundigen voldoende ervaring moeten hebben. De conclusie is dat het LRGD ook voor planschade- en nadeelcompensatiedeskundigen een geschikt controle- en kwaliteitsborgingsmechanisme zijn. Daarbij gelden de aandachtspunten zoals die in § 7.3.2.4 zijn aangegeven.