Gewogen rechtsmacht in het IPR
Einde inhoudsopgave
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/3.2.4:3.2.4 Interregionale rechtsmacht
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/3.2.4
3.2.4 Interregionale rechtsmacht
Documentgegevens:
mr. F. Ibili, datum 28-11-2006
- Datum
28-11-2006
- Auteur
mr. F. Ibili
- JCDI
JCDI:ADS434192:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 1-14 Rv geven slechts een regeling voor de commune rechtsmacht van de Nederlandse rechter in internationale gevallen. De regeling ziet niet op de rechtsmacht in interregionale zaken.1 Voor de rechtsmacht van de Nederlandse rechter in interregionale zaken kan de regeling in art. 1-14 Rv mijns inziens zoveel mogelijk analoog worden toegepast. Het komt mij minder juist voor om in interregionale gevallen de bepalingen inzake de relatieve competentie als basis voor de commune rechtsmacht te hanteren. Immers, de oude ongeschreven regel dat de commune rechtsmacht volgt uit de bepalingen van relatieve competentie (`distributie bepaalt attributie') is onder de nieuwe rechtsmachtregeling als uitgangspunt verlaten. Rb. ' s-Gravenhage 20 november 2002, NIPR 2003, 13, dacht hierover anders:
`Aangezien het bij de bevoegdheid in interregionale zaken gaat om de (relatieve) bevoegdheid van de rechter binnen het Koninkrijk, ligt het in de rede aansluiting te zoeken bij de hoofdregel van de relatieve bevoegdheid in verzoekschriftprocedures. Nu de man in Nederland woont, brengt analoge toepassing van art. 262 Rv mee dat de Nederlandse rechter bevoegd is om van het echtscheidingsverzoek kennis te nemen.'2