Einde inhoudsopgave
Art. 2:11 BW, doorgeefluik van bestuurdersaansprakelijkheid (IVOR nr. 106) 2017/2.2.6.1
2.2.6.1 De rechtspersoon-bestuurder in concern- en groepsverhoudingen
mr. C.E.J.M. Hanegraaf, datum 25-06-2017
- Datum
25-06-2017
- Auteur
mr. C.E.J.M. Hanegraaf
- JCDI
JCDI:ADS298876:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Bartman, Dorresteijn en Olaerts 2016, p. 1. De betreffende definitie wijkt af van het groepsbegrip van art. 2:24b BW.
Art. 2:24b BW bepaalt dat een groep een economische eenheid is waarin rechtspersonenen vennootschappen organisatorisch zijn verbonden. Zie over “de groep”: Asser/Maeijer & Kroeze 2-I* 2015, nr. 261.
Vgl. Bartman, Dorresteijn en Olaerts 2016, p. 3-4.
Zie voor het begrip “dochtermaatschappij”: art. 2:24a BW.
Van der Burg 1979, p. 264.
Van der Burg 1979, p. 264.
Zowel in concernverband, als in groepsverband treft men de figuur van de rechtspersoon-bestuurder aan. Een “concern” kan gedefinieerd worden als een eenheid waarin rechtspersonen en/of personenvennootschappen onder centrale leiding organisatorisch zijn verbonden, gericht op duurzame deelname aan het economisch verkeer.1 De rechtspersonen die wellicht ook ieder afzonderlijk een onderneming in stand houden, vormen dan gezamenlijk – zo zou men kunnen stellen – een grotere ondernemingseenheid.2 Het begrip “groep”3 is ruimer dan het begrip “concern”. De groep strekt zich namelijk ook uit tot alle vormen van verbondenheid tussen rechtspersonen buiten de commerciële sfeer. Als voorbeelden van een “groep” gelden bijvoorbeeld verbonden gemeentelijke stichtingen en het netwerk van stichtingen en verenigingen in de collectieve sector, zoals onderwijs en gezondheidszorg.4
In met name concernverband is de figuur van de rechtspersoon-bestuurder ingeburgerd. Niet alleen de zogenoemde “topholding” is vaak bestuurder van een (of meerdere) dochtermaatschappij(en).5 Ook zogenoemde “tussenholdings” treden vaak op als bestuurders.6 Van der Burg wijst in dit kader op de service-vennootschap die als rechtspersoon-bestuurder van andere dochtervennootschappen optreedt, terwijl zij zelf een dochtervennootschap van de houdstermaatschappij is. Met deze bestuursvennootschappen wordt volgens Van der Burg een grote inzetbaarheid van de managers bereikt om onder gelijke arbeidsvoorwaarden binnen een concern als bestuurder op te treden. Tevens wordt daardoor de aansprakelijkheid van een individuele bestuurder voor zijn bestuur beperkt.7