Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/5.3.4
5.3.4 Effecten van herhaald ondervragen
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Voetnoten
Voetnoten
Bovendien is de kans op besmetting groter, doordat de getuige informatie krijgt van andere getuigen of via de media (Van Amelsfoort 2012, p. 357).
Zie bijv. het onderzoek Odinot &Wolters 2006, p. 973.
Chan & LaPaglia 2011, p. 2.
Erdelyi 2010, p. 631.
Rassin 1998, p. 75. Zie ook Odinot, Wolters & Giezen 2012, p. 3 en Fischer, Brewer & Mitchell 2009, p. 130.
Odinot, Wolters & Giezen 2012, p. 3 en Rassin 2005, p. 82.
Chan & LaPaglia 2011, p. 1-15.
Chan & LaPaglia 2011, p. 1.
Candel, Merckelbach & Wessel 2010, p. 483.
Candel, Merckelbach & Wessel 2010, p. 473.
Getuigen worden in het strafproces bij voorkeur zo spoedig mogelijk na het gebeuren gehoord, op het moment dat het voorval waarover een verklaring wordt verlangd, nog vers in het geheugen ligt. De achterliggende gedachte is dat met het verstrijken van de tijd het geheugen slechter wordt, wat een negatief effect heeft op de kwaliteit van de af te leggen verklaring.1 In de juridische praktijk komt het vaak voor dat getuigen over een langere tijdspanne meer dan één keer worden gehoord. Denk aan een omstander bij een schietpartij die gelijk op straat na het incident tegenover de politie verklaart, enkele dagen later een uitgebreide verklaring op het politiebureau komt afleggen en maanden later ook nog verschijnt om op vragen van de verdediging of de rechter antwoord te geven. De vraag is welke waarde toekomt aan details die de getuige pas in een later verhoor naar voren brengt.
Naar de effecten van herhaald ondervragen op het geheugen is het nodige onderzoek gedaan, dat laat zien dat de relatie tussen geheugenprestaties en herhaald verhoren complex is en waarbij tijd een belangrijke factor is. Over het algemeen geldt dat met het verstrijken van de tijd de herinnering zal vervagen: een getuige zal als hij een week na een voorval wordt gehoord in de regel meer kunnen verklaren dan als hij pas vijf weken of een half jaar later voor het eerst wordt gehoord.2 Echter, zoals hiervoor reeds werd aangestipt, hoeft het verstrijken van de tijd niet altijd tot verslechtering van geheugenprestaties te leiden als de getuige bij herhaling wordt gehoord. Integendeel, op korte termijn kunnen getuigen zich meer gaan herinneren en hun prestaties toenemen ten opzichte van eerdere pogingen om informatie op te halen. Dit laatste wordt aangeduid met hypermnesie. Ook op langere termijn hoeft evenmin verslechtering op te treden. Immers, door het herhaaldelijk ophalen van bepaalde informatie kan het proces van vergeten worden vertraagd.3 Het geheugen werkt bij het verhoor aldus twee kanten op: details die eerder zijn genoemd worden vergeten, details die eerder niet zijn genoemd komen weer boven. Of de balans tussen beide positief is (hypermnesie) of negatief (amnesie) is afhankelijk van een aantal factoren, zoals de aard van de opgeslagen informatie, de wijze waarop deze informatie is ingeprent en de moeite die is gedaan informatie terug te halen.4
Onderzoek wijst uit dat herhaald ondervragen ertoe bijdraagt dat meer correcte details worden gerapporteerd door de getuige, een effect dat niet alleen optreedt tussen twee verhoorsessies maar ook bij herhaalde vragen binnen een verhoor.5 Het reproduceren van informatie die tijdens een eerder verhoor niet is genoemd, wordt in de rechtspsychologie aangeduid als het reminiscence effect.6 Het probleem is echter dat met herhaald ondervraging ook commissies kunnen optreden. Informatie die in een eerder verhoor is aangedragen door de verhoorder, kan bijvoorbeeld in een volgend verhoor per abuis worden aangezien als een eigen herinnering (als gevolg van bronverwarring) en als zodanig worden gerapporteerd. Recent onderzoek laat zien dat herhaalde ondervraging de suggestibiliteit van de getuige voor misleidende informatie kan doen toenemen.7 Dat komt doordat informatie aangeboden door de verhoorder meer aandacht vraagt dan de oorspronkelijk opgeslagen waarneming. Het stellen van open vragen zou het negatieve effect van herhaald ondervragen op de suggestibiliteit van de getuige mogelijk kunnen tegengaan. Ook de intervallen waarmee de informatie wordt teruggehaald blijkt effect te hebben op de geheugenprestaties: in de zin dat bij langere tussenposen (van een week) er minder negatieve effecten op de suggestibiliteit worden gerapporteerd, dan bij korte tussenposen (van dertig minuten).8
Over het geheel genomen is het effect van herhaalde ondervraging dat de verklaring steeds vollediger wordt en het aantal omissies afneemt, terwijl het aantal commissies toeneemt.9 Vooral bij langere verhoren neemt richting het einde van een verhoor de kans op commissies toe. Dit mechanisme staat bekend als het output order effect.10