Einde inhoudsopgave
Transparante en eerlijke verdeling (Meijers-reeks) 2015/3.1
3.1 Inleiding
A. Drahmann, datum 01-07-2014
- Datum
01-07-2014
- Auteur
A. Drahmann
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Voetnoten
Voetnoten
Gezocht is op rechtspraak.nl en curia.europa.eu op alle uitspraken die tussen 1 januari 2012 en 31 december 2012 zijn gepubliceerd en de woorden ’transparantie*’ of ’doorzichtigheid*’ bevatten.
Zo wijst de ABRvS op het transparantiebeginsel als beginsel dat aan de Wet bescherming persoonsgegevens ten grondslag ligt. In deze context heeft het beginsel betrekking op de vraag wanneer er recht op inzage in stukken waarin persoonsgegevens zijn opgenomen, bestaat (ABRvS 28 november 2012, LJN: BY4464).
Zie ook de Interpretatieve mededeling van de Europese Commissie over de Gemeenschapswetgeving die van toepassing is op het plaatsen van opdrachten die niet of slechts gedeeltelijk onder de richtlijnen inzake overheidsopdrachten vallen (2006/C 179/02).
Dit is een overzichtsartikel in twee delen van alle uitspraken die door Nederlandse rechters en het Hof van Justitie van de Europese Unie in 2012 zijn gedaan over het transparantiebeginsel in aanbestedingsprocedures.1 Het ’transparantiebeginsel’ wordt in verschillende betekenissen gebruikt,2 maar in dit artikel beperk ik mij tot het beginsel zoals dat in het (Europese) aanbestedingsrecht tot uitdrukking wordt gebracht.
Het transparantiebeginsel heeft in essentie als doel te waarborgen dat elk risico van favoritisme en willekeur door de aanbestedende dienst wordt uitgebannen. Het beginsel moet gedurende de gehele aanbestedingsprocedure in acht worden genomen: vooraf, tijdens en erna. Vooraf dient de aanbestedende dienst alle voorwaarden en modaliteiten vast te leggen. Deze moeten worden geformuleerd op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze. Tijdens de procedure moet de aanbestedende dienst nagaan of de offertes beantwoorden aan de gestelde criteria. Nadat de voorlopige gunningbeslissing is genomen, moet de rechter kunnen toetsen of de aanbestedende dienst aan het transparantiebeginsel heeft voldaan.3 Deze driedeling is ook terug te vinden in de jurisprudentie van het afgelopen jaar. Dit artikel is daarom ook volgens deze driedeling opgebouwd. In dit eerste deel zal eerst kort ingegaan worden op de definitie en reikwijdte van het beginsel en vervolgens op de transparantieverplichtingen die ’vooraf’ in acht moeten worden genomen. In deel 2 zal worden ingegaan op de transparantieverplichtingen die ’tijdens’ en ’na’ de aanbestedingsprocedure gelden.