Einde inhoudsopgave
De grenzen voorbij (NJV 2019-1) 2019/4.3.1
4.3.1 Opvang in de regio
mr. dr. M.H.A. Strik, prof. mr. A.B. Terlouw, datum 01-05-2019
- Datum
01-05-2019
- Auteur
mr. dr. M.H.A. Strik, prof. mr. A.B. Terlouw
- JCDI
JCDI:ADS375124:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Staatsrecht / Algemeen
Internationaal publiekrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
UNHCR 2018-1. Zie verder voor statistieken Unhcr.org/figures-at-a- glance.
Amnesty International 2018-2 en UNHCR 2018-1, p. 24-25.
Amnesty International 2018.
Zie o.a. Kamerstukken I 2018/2019, 29653, C en D, en 35000 VI, nr. J.
Cijfers ontleend aan UNHCR 2018-1, p. 22.
Over de exacte aantallen Palestijnse vluchtelingen bestaat juist ook vanwege disputen over de definitie veel discussie. Volgens de UNWRA waren er in 2008 ongeveer 4,8 miljoen Palestijnse vluchtelingen, zie Unrwa.org. Israël ging uit van ongeveer 600.000 vluchtelingen, van wie er nog ongeveer 30.000 in leven zijn. Zie ook The Times of Israel 25 mei 2012: ‘Senate dramatically scales down definition of Palestinian ‘refugees’.
De Amerikaanse regering, de grootste donor van UNRWA, heeft in 2018 de tegoeden voor deze organisatie bevroren. Het gaat om een bedrag van ongeveer $ 125 miljoen. Zie Nu.nl 5 januari 2018, ‘Verenigde Staten draaien geldkraan voor Palestijnen dicht’.
UNHCR 2018-1, p. 30.
UNHCR 2018-2; Unhcr.org/resettlement-data.
Verschuren 2016. Zie ook Unhcr.org/resettlement-data.
Spijkerboer 2017.
In de huidige praktijk is de verantwoordelijkheid voor vluchtelingen zeer onevenredig verdeeld. De omvang van gedwongen migratie is sinds het millennium fors toegenomen: van ongeveer 38 miljoen in 2005 naar 68,5 miljoen in 2017. Volgens de meest recente cijfers van UNHCR zijn veertig miljoen mensen in hun eigen land ontheemd en ruim 25,4 miljoen mensen over de grenzen onder bescherming van UNHCR. Daarnaast hebben ruim drie miljoen mensen buiten hun land een asielverzoek ingediend.1 De helft van deze vluchtelingen is jonger dan achttien jaar.2 Volgens UNHCR verblijft 85 procent van alle vluchtelingen in de regio’s van de herkomstlanden. In Turkije (3,5 miljoen), Pakistan (1,4 miljoen), Oeganda (1,4 miljoen) en Libanon (bijna 1 miljoen: een op de vier personen in Libanon is een vluchteling) verblijven de meeste vluchtelingen. De onevenredige verdeling van vluchtelingen wereldwijd heeft niet alleen betrekking op de fysieke verdeling, maar zeker ook op hun materiële ondersteuning. Een groot deel van de vluchtelingen leeft in de regio onder de armoedegrens met weinig perspectief op goede huisvesting, onderwijs of werk. Vluchtelingen die het zich kunnen permitteren, zoeken hun heil bij voorkeur in een staat waar ze een toekomst kunnen opbouwen. Hoewel slechts een klein percentage daadwerkelijk doorreist naar welvarende staten als de VS, Canada, Australië en West-Europese landen, treffen juist deze staten de meeste maatregelen om irreguliere migratie te ontmoedigen en de verantwoordelijkheid voor vluchtelingen bij andere landen te leggen. Deze maatregelen zijn in het algemeen gericht tegen irreguliere migranten, maar raken vluchtelingen evenzeer. Ook hen wordt immers doorgaans geen legale migratiemogelijkheid geboden. We noemen twee voorbeelden van situaties waartoe opvang in de regio toe kan leiden.
Een van de grootste actuele vluchtelingencrises betreft die van de 688.000 Rohingya die uit Myanmar vluchtten als gevolg van wat wel etnische zuiveringen of apartheid wordt genoemd.3 Door verwoestende overstromingen in India en Bangladesh, verslechterden de omstandigheden in de vluchtelingenkampen met als gevolg cholera-uitbraken, watertekorten en ondervoeding.
Ook binnen ons (welvarende) Koninkrijk zijn er situaties waarin ‘opvang in de regio’ niet aan minimale mensenrechtenstandaarden voldoet. Sinds 2014 zijn 2,3 miljoen Venezolanen uit hun land vertrokken. Op Curaçao verblijven tussen de 5.000 en 15.000 Venezolanen zonder verblijfsstatus. Volgens Amnesty worden de gevluchte Venezolanen direct na aankomst of arrestatie gedetineerd in mensonwaardige omstandigheden en is asiel aanvragen praktisch onmogelijk.4 Hoewel het Statuut van het Koninkrijk voorziet in een waarborgfunctie ten aanzien van het naleven van de mensenrechten (waaronder het EVRM), maakt de Nederlandse regering tot nu toe weinig aanstalten om de situatie ingrijpend te verbeteren.5
De meest schokkende cijfers betreffen echter de vluchtelingen in wat UNHCR protracted situations noemt, situaties waarin 25.000 of meer vluchtelingen van dezelfde nationaliteit vijf jaar of meer buiten hun landen van herkomst verblijven zonder dat er zicht is op een duurzame oplossing. Volgens UNHCR betreft dit 13,4 miljoen personen, dat wil zeggen meer dan de helft van het aantal vluchtelingen mondiaal. Voor drie miljoen van hen duurt deze situatie al 38 jaar of meer. De groep wordt gedomineerd door 2,3 miljoen Afghanen die zich sinds 1979 in Pakistan en Iran bevinden.6 De langstdurende vluchtelingensituatie is die van de Palestijnen. In 1949 werd speciaal voor de bescherming van de Palestijnse Arabieren die tijdens de oorlog tussen Israël en de Arabische legers ontheemd waren geraakt, de UNRWA (United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East) opgericht. Er is veel kritiek op UNRWA, met name door ook de nakomelingen als vluchteling te erkennen, zou deze organisatie in plaats van de kwestie van de Palestijnse vluchtelingen op te lossen, deze in stand hebben gehouden door de status van vluchteling erfelijk te maken. Daardoor is het aantal geregistreerde Palestijnse vluchtelingen toegenomen tot meer dan vier miljoen, bijna tien keer zoveel als in 1949.7 Van de oorspronkelijke vluchtelingen van 1948 is inmiddels ruim negentig procent overleden.8
Toch wordt opvang in de regio door de geïndustrialiseerde staten vaak gezien als de oplossing van het vluchtelingenvraagstuk. Als vluchtelingen in de regio’s van de landen van herkomst blijven, hoeven ze geen levensgevaarlijke tochten te ondernemen waarvoor ze veel geld moeten betalen aan mensensmokkelaars. Bovendien kunnen ze dan eenvoudiger terugkeren naar het eigen land als dat weer veilig is en wordt inburgering in een buurstaat makkelijker geacht te zijn dan in een volslagen vreemd land (in de meeste gevallen vindt echter helemaal geen inburgering plaats in landen in de regio). De omstandigheden en begrensde capaciteit maken dat opvang in de regio niet voor alle vluchtelingen het meest geschikt is, met name niet voor kwetsbare vluchtelingen die meer veiligheid en zorg nodig hebben. UNHCR zet daarom juist hen op de wachtlijst voor hervestiging naar rijkere staten. De organisatie is daarvoor wel afhankelijk van de politieke bereidheid van landen om vluchtelingen uit te nodigen. Er is momenteel een kloof van 94 procent tussen het aantal beschikbare hervestigingsplaatsen en de benodigde hervestiging.9 De VS hebben hun hervestigingsaantallen zelfs met de helft teruggebracht.10 In contrast hiermee staat het migratiebeleid van Canada. In oktober 2016 maakte de Canadese immigratieminister McCallum bekend dat Canada in 2017 300.000 migranten zou opnemen. Deze maatregel, die een voortzetting vormt van bestaand beleid, houdt verband met de persoonlijke ambitie van premier Trudeau, maar sluit ook aan op de uitdrukkelijke wens van bedrijven die op zoek zijn naar arbeidskrachten.11 Mede om die reden betreft het grootste deel reguliere migratie. Maar Canada nodigde ook 40.000 Syrische vluchtelingen uit terwijl de VS het hervestigingsbeleid voor deze vluchtelingen juist beëindigde.12