Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade
Einde inhoudsopgave
Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade (R&P nr. CA21) 2019/10.6:10.6 Samenvatting
Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade (R&P nr. CA21) 2019/10.6
10.6 Samenvatting
Documentgegevens:
D.A. van der Kooij, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
D.A. van der Kooij
- JCDI
JCDI:ADS586246:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
493. Indien zich in het geval van de inbreuk op een recht of de schending van een wettelijke plicht niet laat vaststellen dat met het recht waarop inbreuk is gemaakt of met de geschonden plicht beoogd is te beschermen tegen de schade zoals geleden, wordt aansprakelijkheid begrensd door de met de normen van ongeschreven recht geboden bescherming (§ 10.1).
Het gegeven dat het ongeschreven recht geen ander gedrag van de laedens verlangde ter voorkoming van de schade zoals geleden, maakt dat bij onduidelijkheid over de met het recht waarop inbreuk is gemaakt of met de geschonden wettelijke plicht beoogde bescherming, kennelijk niet is beoogd om tegen deze schade te beschermen. Noodzakelijk is wel een genuanceerd criterium te hanteren: niet beslissend is of geen norm van ongeschreven recht is geschonden die beschermt tegen de schade zoals geleden, maar of, zelfs indien de laedens schuld aan de onrechtmatige daad heeft of zou hebben, zo’n norm van ongeschreven recht niet door hem is of zou zijn geschonden. Op deze manier wordt voorkomen dat ingeval de rechtsinbreuk of de schending van de wettelijke plicht niet op grond van schuld maar slechts op grond van de wet of de verkeersopvattingen kan worden toegerekend, tot een te scherpe begrenzing van aansprakelijkheid wordt gekomen. Bij de vraag of een norm van ongeschreven recht geldt, is van belang of de laedens schade kon of behoorde te voorzien waarvan de schade zoals geleden een verwezenlijking is. De begrenzing aan de hand van het niet tegelijkertijd door de laedens geschonden hebben van een ongeschreven norm is vooral van belang in het geval van een rechtsinbreuk en bij de schending van wettelijke normen met een algemeen karakter. In deze gevallen geeft de aansprakelijkheidsgrond relatief weinig informatie over de grenzen van aansprakelijkheid en moeten die aan het ongeschreven recht worden ontleend. Niettemin functioneert de grens ook ingeval een norm van ongeschreven recht is geschonden. Verder is de grens vooral van belang bij schade die relatief dicht bij de aansprakelijkheidscheppende gebeurtenis ligt, maar kan zij onder omstandigheden ook worden gebruikt om aansprakelijkheid bij verder weg liggende schade van de gelaedeerde en bij schade van secundair gelaedeerden te begrenzen (§ 10.2).
Ook deze grens diende te worden genuanceerd ingeval de veroorzaakte schadesituatie qua persoon van de gelaedeerde, het soort schade en de wijze van ontstaan, voldoende lijkt op de schadesituaties waartegen met het recht waarop inbreuk is gemaakt of met de geschonden wettelijke plicht beoogd is te beschermen (§ 10.3).
De grens is nauw verwant aan de leer Smits en aan de leer van de schuld aan de schade. In beide leren ligt het inzicht besloten dat ongeschreven gedragsnormen ook in het geval van een rechtsinbreuk of de schending van een wettelijke plicht van belang blijven voor de reikwijdte van aansprakelijkheid; met name waar subjectieve rechten en wettelijke plichten algemeen geformuleerd zijn. In de in dit hoofdstuk beschreven grens is dit inzicht op een gelukkiger manier geïmplementeerd dan genoemde leren (§ 10.4).
De begrenzing van aansprakelijkheid die zich met deze grens liet bereiken, kon in allerlei situaties niet met de in hoofdstuk 8 en 9 behandelde en in hoofdstuk 11 te behandelen grenzen aan de reikwijdte van aansprakelijkheid verkregen worden (§ 10.5).