Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/11.1:11.1. Inleiding
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/11.1
11.1. Inleiding
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS576409:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Centraal in dit boek staat de vraag in hoeverre en op welke wijze het Europees en Nederlands mededingingsrecht met behulp van privaatrechtelijke technieken binnen de Nederlandse rechtsorde kan worden gehandhaafd, mede gelet op de veranderingen die zijn ontstaan als gevolg van de modernisering en decentralisering van de handhaving van het Europees mededingingsrecht. Voor de beantwoording van de vraagstelling zijn in dit boek verschillende deelvragen onderzocht.
In dit onderzoek is gebleken dat meerdere rechtsfiguren in aanmerking komen om het mededingingsrecht door middel van technieken uit het privaatrecht te handhaven. In § 11.3 van deze slotbeschouwing wordt aandacht besteed aan de verschillende bestaande mogelijkheden om het mededingingsrecht door middel van technieken uit het privaatrecht te handhaven.
Vervolgens wordt aandacht besteed aan de rol van de rechter onder het regime van Verordening 1/2003 (§ 11.4), de gevolgen van de modernisering van het mededingingsrecht voor de privaatrechtelijke handhaving (§ 11.5), de visie van de Europese Commissie betreffende de plaats van de privaatrechtelijke handhaving (§ 11.6), de rechtvaardiging voor speciale regels van burgerlijk recht en burgerlijk procesrecht (§ 11.7), de rechtsgrondslag van een verordening of richtlijn met speciale regels van burgerlijk recht en burgerlijk procesrecht (§ 11.8), het subsidiariteitsbeginsel (§ 11.9) en mogelijke botsende belangen tussen privaatrechtelijke handhaving en publiekrechtelijke handhaving (§ 11.10).
In § 11.11 en § 11.12 wordt een onderscheid gemaakt tussen de privaatrechtelijke handhaving van hardcore restricties (§ 11.11) en de privaatrechtelijke handhaving van niet-hardcore restricties (§ 11.12).
In § 11.13 wordt aandacht besteed aan de (proces)kosten en in § 11.14 wordt aandacht besteed aan de mogelijke invoering van punitive damages (de mogelijke opbrengsten van procederen). § 11.15 behandelt de mogelijkheid om door middel van collectieve acties of class actions schadevergoeding of voordeelsontneming te kunnen vorderen. In § 11.16 wordt afgesloten met de conclusie.
§ 11.2 begint met de vraag in hoeverre de privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht überhauptnodig is.