Einde inhoudsopgave
Grensoverschrijdende overgang van onderneming (MSR nr. 69) 2015/7.4.2
7.4.2 Verhouding tussen artikel 8 en 9 Rome I-Verordening
Mr. I.A. Haanappel-van der Burg, datum 01-03-2015
- Datum
01-03-2015
- Auteur
Mr. I.A. Haanappel-van der Burg
- JCDI
JCDI:ADS433383:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Arbeidsrecht / Collectief arbeidsrecht
Voetnoten
Voetnoten
Even & van Kampen 2004, p. 46.
Vonken 2011, (T&C Vermogensrecht), art. 7 EVO, aant. 1.
Conclusie A-G Strikwerda bij HR 18 januari 1991, NJ 1991, 296 (Sanchez/Iberia).
HR 23 oktober 1987, NJ 1988, 842 m.nt. J.C. Schultsz (Sorensen/Aramco).
Zie ook HR 24 februari 2012, NJ 2012/284 m.nt. M.V. Polak (Nuon/Olbrych), waarover uitgebreid: van Hoek 2012, p. 5-9 en van Hoek 2013, p. 5-12.
Strikwerda 2010, p. 144-145 en Vonken 2011, (T&C Vermogensrecht), art. 7 EVO, aant. 1, zie anders: van Hoek 2000, p. 484-486.
In Nederland gaat men ervan uit dat arbeidsrechtelijke regelingen die zien op individuele belangen uitsluitend onder artikel 8 Rome I-Verordening vallen. De dwingende bepalingen van artikel 8 lid 1 Rome I-Verordening zien op voorschriften die bepaalde groepen rechtssubjecten bescherming verlenen in hun betrekking met een sterkere wederpartij, anders gezegd: de dwingende bepalingen van artikel 8 lid 1 Rome I-Verordening hebben een beschermingsfunctie.1 Het gaat dan om voorschriften die verband houden met de contractuele verhoudingen tussen de partijen. Veel bepalingen in het Nederlandse arbeidsrecht zijn te kwalificeren als dwingende bepalingen.
Arbeidsrechtelijke regelingen die zien op openbare belangen vallen in Nederland uitsluitend onder artikel 9 Rome I-Verordening. De voorrangsregels van artikel 9 Rome I-Verordening zien op voorschriften die ingrijpen in privaatrechtelijke verhoudingen ter wille van een groter belang dan dat van de direct daarbij betrokken rechtssubjecten, anders gezegd: zij hebben een ordeningsfunctie.2 Voorrangsregels kenmerken zich in de Nederlandse doctrine door het karakter (openbaar belang) en de toepasselijkheid louter op basis van werkingssfeer. In Nederland is een voorrangsregel alleen dan (maar dan ook steeds) van toepassing indien de functie en de strekking van de regel in het licht van de omstandigheden van het geval daartoe aanleiding geven.3 Voorrangsregels onttrekken zich – anders gezegd – aan de heerschappij van de objectieve conflictregels (ook al is aan die conflictregels blijkens het Sorensen/Aramco arrest4 ‘respect verschuldigd’ en behoeft zodanige doorkruising ‘rechtvaardiging’) en zij zijn dus niet afhankelijk van het recht dat door de objectieve conflictregels is aangewezen.5
Maar juist het arbeidsrecht kent ook regelingen die zowel individuele als openbare belangen dienen. De Europese wetgever heeft structureel zwakkeren zoals werknemers willen beschermen, waarbij tevens een gemeenschapsbeschermend karakter speelt: de gedachte is dan dat misbruik van de zwakkeren de rechtsgemeenschap als geheel bedreigt. Het grootste gedeelte van de Nederlandse doctrine is van mening dat de belangen van werknemers als structureel zwakkeren al verdisconteerd zijn in de conflictregels van artikel 8 Rome I-Verordening, zodat er geen ruimte meer is om via de weg van artikel 9 Rome I-Verordening alsnog rekening te houden met beschermende voorschriften van andere bij de overeenkomst betrokken rechtsstelsels.6 Anders gezegd: in Nederland wordt er vrij algemeen van uitgegaan dat er een strikte scheiding bestaat tussen artikel 8 en 9 Rome I-Verordening, ook wel strikte tweesporigheid genoemd. Werknemersbeschermende bepalingen kunnen in Nederland geen voorrangsregels zijn.