De invloed van werknemers op de strategie van de vennootschap
Einde inhoudsopgave
De invloed van werknemers op de strategie van de vennootschap (IVOR nr. 95) 2014/3.4.5:4.5 Het verlicht regime
De invloed van werknemers op de strategie van de vennootschap (IVOR nr. 95) 2014/3.4.5
4.5 Het verlicht regime
Documentgegevens:
mr. M. Holtzer, datum 03-04-2014
- Datum
03-04-2014
- Auteur
mr. M. Holtzer
- JCDI
JCDI:ADS390034:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Ondernemingsrecht / Bijzondere onderwerpen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 2:155/265 lid 1 onder a tot en met c BW.
Artikel 2:155/265 lid 2 BW.
Bartman/Dorresteijn 2013, p. 148.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Naast de zojuist behandelde algehele vrijstellingen van het structuurregime heeft de wetgever ook voorzien in een beperkte versie daarvan, het verlicht regime. Samengevat gelden de vrijstellingen voor dochtermaatschappijen van ieder concern, rechtspersonen naar buitenlands recht en in Nederland gevestigde holdingvennootschappen die ondernemingen onder zich hebben welke in hoofdzaak buiten Nederland werkzaam zijn; hetzelfde geldt voor de interne dienstverlenende vennootschappen van een concern. De Nederlandse werkmaatschappijen van een buitenlands concern of van een in Nederland gevestigde internationale holding vallen in beginsel wel onder de structuurregeling, zij het in beperkte vorm. De verlichting van het structuurregime bestaat daarin dat de beslissende zeggenschap (de bevoegdheid om bestuurders te benoemen en te ontslaan) in handen blijft van de algemene vergadering van aandeelhouders, als gevolg waarvan de mogelijkheid tot het voeren van centraal beleid bij de holdingvennootschap blijft.
Voor het verlicht regime komen vennootschappen in aanmerking waarin voor ten minste de helft van het geplaatst kapitaal wordt deelgenomen door (1) een vennootschap waarvan de werknemers in meerderheid buiten Nederland werkzaam zijn (internationale vennootschap) of afhankelijke maatschappijen daarvan, (2) een joint venture van internationale vennootschappen of afhankelijke maatschappijen daarvan of (3) een joint venture van een of meer internationale vennootschappen met een of meer structuurvennootschappen of afhankelijke maatschappijen daarvan.1 Het verlicht regime geldt niet indien de werknemers van de vennootschap tezamen met die van de deelnemende rechtspersonen in meerderheid in Nederland werkzaam zijn.2 Indien de meerderheid van het concerntotaal van de werknemers binnen Nederland werkt, is het verlicht regime dus niet van toepassing.
Wanneer een holdingvennootschap van een internationaal concern is vrijgesteld van de structuurregeling, houdt dit in dat de in Nederland gevestigde dochtervennootschappen aan het verlicht regime van de structuurregeling onderworpen zijn voor zover zij voldoen aan de toepassingscriteria. De vrijstelling van de holdingvennootschap zal gelden omdat op haar als buitenlands rechtspersoon of als in Nederland gevestigde holdingvennootschap van een internationaal concern de holdingvrijstelling van toepassing zal zijn. Voor de dochtervennootschappen van die holding geldt de dochtervrijstelling niet, omdat niet is voldaan aan het vereiste dat de holding een structuurvennootschap is. Om te voorkomen dat voor alle dochters de structuurregeling van toepassing is, hebben veel internationale concerns hun deelnemingen in Nederlandse dochters ondergebracht in een vennootschap, een subholding. Op deze subholding wordt de structuurregeling toegepast, als gevolg waarvan de Nederlandse dochtervennootschappen nu wel zijn vrijgesteld omdat zij een afhankelijke maatschappij vormen van een structuurvennootschap. Dit wordt wel de ‘Nederland-constructie’ genoemd. Door een vennootschap als subholding tussen de (buitenlandse) moedervennootschap en de Nederlandse werkmaatschappijen te schuiven, kan worden bereikt dat de toepasselijkheid van de structuurregeling op deze subholding wordt beperkt en dat alle grote dochtervennootschappen, die anders aan het structuurregime zouden voldoen, zijn vrijgesteld. Het gevolg van deze constructie is dat slechts op het niveau van de subholding een raad van commissarissen met structuurbevoegdheden moet worden ingesteld. Wanneer die raad van commissarissen geen wezenlijke rol krijgt in het concernbeleid, betekent dit een uitholling van de medezeggenschap op grond van de structuurregeling. 3 De wetgever heeft overigens met de Nederland-constructie rekening gehouden en deze zelfs als de meest praktische oplossing aanbevolen.4
In het systeem van de vrijstellingen en het verlicht regime komt het compromiskarakter van de structuurregeling tot uitdrukking. De wetgever heeft bij de toekenning van structurele medezeggenschapsrechten aan werknemers rekening gehouden met het belang van internationale concerns om leiding te geven aan de groep en met het vestigingsklimaat van Nederland. Dat maakt toepasselijkheid van het volledige structuurregime tot een voornamelijk nationale aangelegenheid.