Hoofdelijke aansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Hoofdelijke aansprakelijkheid (O&R nr. 144) 2024/4.3.5:4.3.5 Tussenconclusie
Hoofdelijke aansprakelijkheid (O&R nr. 144) 2024/4.3.5
4.3.5 Tussenconclusie
Documentgegevens:
mr. drs. D.F.H. Stein, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. drs. D.F.H. Stein
- JCDI
JCDI:ADS931068:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Par. 4.3.1. Zie voorts hiervoor, nr. 1.
Par. 4.3.2.
Par. 4.3.1.
Par. 4.3.1.
Par. 4.3.3.
Par. 4.3.3.
Par. 4.3.4.
Asser/Sieburgh 6-I 2020/121. Anders dan Sieburgh, lees ik dit overigens niet terug in HR 13 juli 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW4206, NJ 2012/447; JOR 2012/306, m.nt. G.J.L. Bergervoet (Janssen q.q./JVS Beheer).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
125. Conclusie. In deze paragraaf besprak ik de belangrijkste eigenschappen van hoofdelijke aansprakelijkheid in de externe verhoudingen. De kern van hoofdelijke verbondenheid is dat de schuldeiser jegens meerdere schuldenaren recht heeft op nakoming voor het geheel.1 Naar Nederlands recht gaat het daarbij om evenzoveel verbintenissen als hoofdelijk schuldenaren.2 Deze eigenschappen brengen mee dat de schuldeiser kan kiezen wie hij aanspreekt tot nakoming; de schuldeiser komt in beginsel keuzevrijheid toe.3 Deze vrijheid is echter niet onbegrensd, want in verschillende gevallen wordt de schuldeiser in zijn keuzes beperkt. Zo staat iedere schuldenaar in beginsel vrij om vrijwillig te presteren, is aan de verbintenis van een van de schuldenaren soms een voorwaarde of tijdsbepaling verbonden, en is soms vereist dat de ene schuldenaar in verzuim is voordat de schuldeiser een andere hoofdelijk schuldenaar met succes kan aanspreken. Dergelijke asymmetrische rechtsverhoudingen staan niet aan hoofdelijke verbondenheid in de weg.4
Indien een van de hoofdelijk schuldenaren de verschuldigde prestatie verricht, bevrijdt hij daarmee niet alleen zichzelf, maar ook zijn medeschuldenaren. De ratio hiervan is dat hiermee wordt voorkomen dat de bescherming van de schuldeiser tegen het risico dat een schuldenaar geen verhaal biedt, erin zou resulteren dat hij meermaals dezelfde prestatie verkrijgt, en aldus zou worden verrijkt.5 Die bevrijdende werking bestaat niet alleen bij nakoming, maar ook bij delging van de schuld op andere wijze, zoals door middel van verrekening, maar ook door middel van afstand of vermenging, al dan niet gedeeltelijk.6
Tot slot heb ik stil gestaan bij schikkingen als mogelijke wijze van tenietgaan van hoofdelijke verbintenissen.7 Wat een ‘schikking’ precies inhoudt, zal moeten worden vastgesteld door middel van uitleg. De verschillende mogelijke interpretaties, bijvoorbeeld als afstand of juist als pactum de non petendo, leiden in geval van hoofdelijke verbondenheid tot zeer verschillende uitkomsten.
Indien de hoofdelijk te verrichten prestatie is verricht (art. 6:7 lid 2 BW), of de daartoe strekkende vorderingsrechten anderszins zijn tenietgegaan, is niet langer sprake van hoofdelijke verbondenheid.8 Niettemin roept hoofdelijke verbondenheid rechtsgevolgen in het leven die voortbestaan of pas intreden op het moment waarop niet langer hoofdelijke verbondenheid bestaat. Het gaat daarbij om rechtsgevolgen in de rechtsverhouding(en) tussen de hoofdelijk schuldenaren. Deze rechtsverhoudingen staan centraal in par. 4.4. Hoewel indien de schuld aan de schuldeiser volledig is voldaan, niet langer sprake is van hoofdelijke aansprakelijkheid, spreek ik omwille van de leesbaarheid ook in die situatie(s) van ‘medeschuldenaar’ of ‘hoofdelijk schuldenaar’.