Misleidende beursberichten
Einde inhoudsopgave
Misleidende beursberichten (IVOR nr. 124) 2022/7.7.3:7.7.3 Ingeprijsde toename van het beleggingsrisico vanwege ingecalculeerde additionele corrigerende mededelingen
Misleidende beursberichten (IVOR nr. 124) 2022/7.7.3
7.7.3 Ingeprijsde toename van het beleggingsrisico vanwege ingecalculeerde additionele corrigerende mededelingen
Documentgegevens:
mr. drs. A.C.W. Pijls, datum 01-07-2022
- Datum
01-07-2022
- Auteur
mr. drs. A.C.W. Pijls
- JCDI
JCDI:ADS655927:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ook in de situatie waarin de (eerste) corrigerende mededeling tot extra koersverlies leidt vanwege het door de markt bij voorbaat inprijzen van additionele corrigerende mededelingen, kunnen twee scenario’s worden onderscheiden.1 Ten eerste is dat het scenario waarin de markt in haar (aanvankelijke) bange vermoeden wordt bevestigd, en waarin er inderdaad additionele corrigerende mededelingen worden gepubliceerd waaruit blijkt dat de (omvang van de) misleiding groter is dan in eerste instantie was aangekondigd. Omdat deze additionele corrigerende mededelingen reeds geheel of gedeeltelijk waren ingecalculeerd, zal de koers in reactie op deze corrigerende mededelingen niet of nauwelijks reageren. Ten tweede is dat het scenario waarin de markt niet in haar (aanvankelijke) bange vermoeden wordt bevestigd, en waarin er geen nieuwe corrigerende mededelingen (meer) worden gepubliceerd. Omdat er al wel additionele corrigerende mededelingen waren ingecalculeerd, zal de koers in reactie op het uitblijven van nieuwe corrigerende mededelingen geleidelijk stijgen. Na verloop van tijd zal de aanvankelijk ingetreden extra koersdaling echter weer geheel ongedaan zijn gemaakt, en het koerseffect van de hier bedoelde gevolgschade daarmee volledig zijn ‘uitgedoofd’.
Het eerste scenario is nagenoeg gelijk aan het scenario zoals besproken in § 7.3.2. Het enige verschil tussen beide scenario’s is dat in het onderhavige scenario op het moment van de (eerste) corrigerende mededeling toekomstige negatieve mededelingen alvast worden ingecalculeerd, waardoor latere mededelingen niet meer als een (negatieve) verrassing komen, terwijl in het scenario van § 7.3.2 deze latere mededelingen wél als een (negatieve) verrassing komen. De (residuele) koersdaling die intreedt naar aanleiding van de eerste corrigerende mededeling zal hierdoor in het onderhavige scenario (relatief) groter zijn dan in het laatstgenoemde scenario. De koersdalingen die intreden naar aanleiding van de latere corrigerende mededelingen zullen in het onderhavige scenario echter (relatief) kleiner zijn dan in het laatstgenoemde scenario. Wordt dit verschil in koersreactie naar aanleiding van de verschillende corrigerende mededelingen in de analyse voor de schadevaststelling en de schadetoerekening verdisconteerd, dan komt die analyse voor het overige voor beide scenario’s volledig overeen. Die analyse zal ik hier niet herhalen; ik verwijs naar § 7.3.2.
Het hier genoemde tweede scenario is nagenoeg gelijk aan het scenario zoals besproken in § 7.3.3. Het enige verschil tussen beide scenario’s is dat in het onderhavige scenario de (omvang van de) misleiding blijkt mee te vallen doordat na verloop van tijd duidelijk wordt dat reeds bij voorbaat ingecalculeerde (additionele) corrigerende mededelingen uitblijven, terwijl in het scenario van § 7.3.3 de misleiding blijkt mee te vallen doordat op grond van latere (niet reeds ingecalculeerde) corrigerende mededelingen duidelijk wordt dat de misleiding aanvankelijk te negatief is voorgesteld. Concreet zal dit verschil tot uitdrukking komen in het feit dat in het onderhavige scenario de koers in de periode na de eerste corrigerende mededeling geleidelijk zal stijgen, terwijl in het scenario van § 7.3.3 de koers gedurende deze periode stapsgewijs zal stijgen. In het eerste geval reageert de koers op de omstandigheid dat reeds bij voorbaat ingecalculeerde (additionele) corrigerende mededelingen vervolgens niet blijken te komen, in het tweede geval reageert de koers op de omstandigheid dat nog niet ingecalculeerde corrigerende mededelingen vervolgens juist wel blijken te komen. Wordt dit verschil in koersverloop in de periode na de eerste corrigerende mededeling in de analyse voor de schadevaststelling en de schadetoerekening verdisconteerd, dan is die analyse voor het overige voor beide scenario’s nagenoeg gelijk. Die analyse zal ik hier niet herhalen; ik verwijs naar § 7.3.3.
Het enige wat voor het hier genoemde tweede scenario aan de analyse van § 7.3.3 zou kunnen worden toegevoegd, is dat voor de beleggers die in de periode na de eerste corrigerende mededeling hun aandeel hebben verkocht en die extra koersverlies hebben geleden als gevolg van het reeds bij voorbaat ingeprijsde koerseffect van toekomstige (negatieve) corrigerende mededelingen, er een argument bijkomt dat pleit tegen – het aannemen van een verplichting tot – vergoeding van dit extra koersverlies. Dat argument is dat het hier bedoelde koerseffect ook kan intreden wanneer de vennootschap het publiek verkeerd heeft voorgelicht, maar de desbetreffende litigieuze mededeling of omissie (in rechte) uiteindelijk niet als misleidend wordt aangemerkt.2 De redenering komt verder volledig overeen met de redenering die werd gevolgd in § 7.6.2 sub c en § 7.7.2, dus die zal ik hier niet herhalen.