Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/2.2.4.1.1
2.2.4.1.1 Horizontale en verticale competitie
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS397894:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Een voorbeeld hiervan is de situatie waarin staat A bepaalde luchtvervuiling door vennootschappen toestaat omdat de vervuiling door de wind van staat A naar staat B wordt vervoerd. Het 'gunstige' recht heeft derhalve geen negatief effect op land A, maar wel op land B, dat nu juist strenge milieueisen aan de eigen vennootschappen oplegt. De vennootschappen zullen dan sneller kiezen voor land A dan voor land B, terwijl B de staat is die hieronder lijdt. Land B zou als reactie hierop land A kunnen boycotten op andere politieke vlakken. Indien de overkoepelende overheid de milieuregels opstelt zullen deze voor beide staten gelijk zijn zodat politieke gevolgen achterwege blijven.
Woolcock, S. (1996), supra noot 9, in: W. Bratton et al. (1996), supra noot 9, blz. 299.
In het model van Tiebout speelt de competitie zich in de optimale situatie volledig af tussen de decentrale overheden. De federale of supranationale overheid heeft geen invloed op het wetgevingsproces. In de realiteit zullen de decentrale overheden ook rekening dienen te houden met eventuele politieke beperkingen, indien zij onderdeel zijn van een groter geheel. Voorbeelden van dergelijke verbanden zijn de Verenigde Staten en de Europese Unie (`EU'). De supranationale of federale overheid kan bovendien besluiten om zelf bepaalde zaken te reguleren. Door deze harmonisering ontstaat er een verticale competitie. Verticale competitie wil zeggen dat er een strijd ontstaat tussen harmonisatie en deregulering.1 Een nadeel van harmonisatie is dat er minder prikkels zijn om het product continu te verbeteren. Inefficiëntie kan ontstaan omdat de wetgeving het resultaat is van compromissen. De regelgeving zal in dat geval over het algemeen een reflectie zijn van de politieke belangen in plaats van wetgeving die tegemoet komt aan de belangen van degene voor wie de wetgeving is ontwikkeld.2 Verder is het proces van totstandkoming van geharmoniseerde regels een zeer traag proces. In een tijd van snelle veranderingen van technologieën en markten resulteert dit in reactieve wetgeving. Hoe meer harmonisering des te kleiner de kans is op ontwikkeling van een jurisdictionele competitie.