Wilsdelegatie in het erfrecht
Einde inhoudsopgave
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/6.6.1:III.6.6.1 Inleidend
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/6.6.1
III.6.6.1 Inleidend
Documentgegevens:
mr. N.V.C.E. Bauduin, datum 09-09-2014
- Datum
09-09-2014
- Auteur
mr. N.V.C.E. Bauduin
- JCDI
JCDI:ADS625097:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
F. Schols, Handboek Erfrecht 2011, p. 117. Zie ook Rookmaker 2003a, p. 18; Pitlo/Van der Burght & Ebben 2004, nr. 221; B. Schols 2007a, p. 433; Van Mourik 2008, nr. 46; Asser/Perrick 2013 (4), nr. 148. Zie voorts Van Mourik 2013, nr. 46, waarin hij aangeeft dat het criterium ‘willekeur’ in de literatuur met weinig sympathie wordt omringd.
Dikke van Dale 2005 onder ‘willekeur’.
Zie hoofdstuk 4.
Van Mourik 2008, nr. 46 en Van Mourik 2013, nr. 46.
F. Schols, Handboek Erfrecht 2011, p. 117.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het in de vorige paragraaf genoemde ‘willekeurcriterium’ wordt in de literatuur genoemd als de grens tussen geoorloofde en ongeoorloofde delegatie.1 Een erflater mag zijn beschikking niet afhankelijk stellen van andermans willekeur. Maar wat is willekeur?
De Dikke van Dale omschrijft willekeur als:
‘1. Vrije verkiezing, syn. welbehagen: naar willekeur; dat staat aan uw willekeur;
2. (ongunstig) het handelen naar, zich laten leiden door de wens, de inval, de gril van het ogenblik, m.n. daarbij ingaande tegen recht en regel: een daad van willekeur; een regering van geweld en willekeur; dat is pure willekeur; – (ook passief) grillige, onrechtmatige behandeling.’2
Wat moeten we hier erfrechtelijk mee? Is een uiterste wilsbeschikking, bijvoorbeeld, afhankelijk van andermans willekeur, indien erflater in zijn uiterste wil de bevoegdheid aan een ander geeft om naar vrije verkiezing of naar de gril van het ogenblik de erfgenamen of legatarissen uit te kiezen? En in hoeverre kan er nog sprake zijn van een vrije verkiezing, indien wordt beseft dat het bepaaldheidsvereiste (hoofdstuk 4) steeds van iedere rechtshandeling, dus ook van iedere uiterste wilsbeschikking, een zekere bepaaldheid vereist.3Is er, bijvoorbeeld, nog sprake van willekeur indien erflater aan een vertrouwenspersoon de bevoegdheid geeft om uit een door de erflater afgebakende groep van personen de erfgenamen of legatarissen aan te wijzen? En wat als deze afgebakende groep toch vrij groot is? Bijvoorbeeld indien ik mijn juridische boeken legateer aan een lid van de KNB, aan te wijzen door mijn broer X. De groep is door mij afgebakend. Enkel de leden van de KNB komen immers voor het legaat in aanmerking. Kan mijn broer X binnen deze afgebakende groep niet toch beslissen met een zekere willekeur?
Het is niet eenvoudig om aan te geven wanneer een erflater zijn uiterste wilsbeschikking afhankelijk stelt van andermans willekeur. Volgens Van Mourik is dit het geval indien de uiterste wilsbeschikking van erflater voldoende bepaaldheid mist.4 In dezelfde zin ook F. Schols die opmerkt dat het begrip willekeur ingevuld lijkt te moeten worden met ‘onvoldoende-bepaalbaar’.5 Deze uitleg van willekeur dient mijns inziens te worden genuanceerd.