Bundeling van omgevingsrecht
Einde inhoudsopgave
Bundeling van omgevingsrecht (R&P nr. SB5) 2012/3.2.6.6:3.2.6.6 Tussenconclusie
Bundeling van omgevingsrecht (R&P nr. SB5) 2012/3.2.6.6
3.2.6.6 Tussenconclusie
Documentgegevens:
Mr. J.H.G. van den Broek, datum 01-12-2012
- Datum
01-12-2012
- Auteur
Mr. J.H.G. van den Broek
- JCDI
JCDI:ADS362264:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht (V)
Milieurecht (V)
Omgevingsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit onderzoek heb ik een wetssysteem gedefinieerd als volgens bepaalde criteria geordende, onderling samenhangende regels. Gegeven deze definitie is sprake van een wetssystematisch tekort als bepaalde regels volgens bepaalde wetenschappelijke samenhangcriteria onderling samenhangen maar desalniettemin geen deel uitmaken van hetzelfde wetssysteem.
Na een vergelijking met het computerprogramma iTunes heb ik geconcludeerd dat de wetgever binnen het geldende recht tussen veel verschillende samenhangcriteria kan kiezen. Anders dan de gebruiker van iTunes is de wetgever echter gedwongen een keus te maken voor een bepaald systeem. Die keus is om drie redenen van groot belang voor de rechtspraktijk. In de eerste plaats bepaalt het door de wetgever gekozen samenhangcriterium het wetssysteem in die zin dat alle regels die beantwoorden aan het gekozen samenhangcriterium ook in het als gevolg van dat criterium geschapen wetssysteem een plaats dienen te krijgen. In de tweede plaats sluit de keus voor een of meer samenhangcriteria uit dat het systeem tegelijkertijd is geordend volgens een of meer andere samenhangcriteria. De keus voor een of meer samenhangcriteria betekent daarom welhaast automatisch dat er wetssystematische tekorten ontstaan of blijven voortbestaan als gevolg van het feit dat niet voor een of meer andere criteria is gekozen. In de derde plaats betekent de keus voor een of meer samenhangcriteria bovendien dat het risico bestaat dat bepaalde problemen of oplossingen worden uitgesloten
of over het hoofd gezien. Reeds om de genoemde redenen is het cruciaal dat de wetgever een wetenschappelijk te verantwoorden keus maakt voor een of meer samenhangcriteria die het wetssysteem bepalen. Daarbij is echter niet elke - politieke - keus ook wetenschappelijk verdedigbaar.
Bij het zoeken naar wetenschappelijk verantwoorde samenhangcriteria wordt mijn vertrekpunt gevormd door de kenbaarheid van het recht, mijns inziens de belangrijkste functie van een wetssysteem los van de inhoud van de daarvan deel uitmakende regels, de probleemgeoriënteerd van een wets-systeem en het in Nederland geldende postulaat dat ieder wordt geacht de wet te kennen. Dit vertrekpunt betekent naar mijn oordeel dat de wetgever bij voorkeur naar samenhangcriteria moet zoeken buiten de wereld van het recht, in de echte werkelijkheid. Op die wijze zullen wetssystematische tekorten naar verwachting zoveel mogelijk kunnen worden vermeden. In de door mij gehouden interviews, de Aanwijzingen voor de regelgeving, literatuur, beleidsstukken en toelichting op wetgeving zijn aanwijzingen te vinden die steun bieden aan de gedachte dat de samenhang die een wetssysteem bepaalt in eerste instantie moet worden gezocht in de door gebruikers van het omge-vingsrecht ervaren en begrepen echte werkelijkheid. Uit genoemde Aanwijzingen voor de regelgeving, literatuur, beleidsstukken en toelichting op wetgeving volgt echter geen duidelijk antwoord op de vraag om welke samenhang of samenhangen in de echte werkelijkheid het dan precies gaat. Op die vraag zal hierna in paragraaf 3.3 een antwoord worden gezocht.