Einde inhoudsopgave
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/2.3.1
2.3.1 Algemeen juridische achtergrond van het begrip
dr. M. Schuver-Bravenboer, datum 01-02-2009
- Datum
01-02-2009
- Auteur
dr. M. Schuver-Bravenboer
- JCDI
JCDI:ADS418608:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Wetgeving
Voetnoten
Voetnoten
Haazen 2001, p. 387; Prast 1978, p. 39 en Popelier 1997, p. 569 spreken over de werking van een wet.
De Die 1979, p. 257; hij merkt op p. 256 op dat geldingsregels ook op een ander terrein een rol spelen, namelijk bij de vraag of het Nederlandse recht van toepassing is. Op zijn standpunt dat geldingsregels van ‘hogere’ orde zijn, is De Die teruggekomen. Zie De Die 1989, p. 883. Zie ook A-G Overgaauw in onderdeel 4.4 van zijn conclusie bij HR 4 maart 2005, nr. 39 358, BNB 2005/206 (m.nt. Freudenthal). Eijlander en Voermans 2000, p. 164 bezigen eveneens de term ‘geldingsregels’.
Van der Beek 1992, p. 27.
Zoals reeds aangegeven in de inleiding van dit hoofdstuk, is het voor de vorming van een theorie over fiscaal overgangsbeleid wenselijk in kaart te brengen wat in de algemeen juridische literatuur over overgangsrecht is geschreven. Op deze wijze sluiten de door mij te geven definities zo goed mogelijk aan op een ‘geaccepteerd juridisch begrippenkader’. In deze paragraaf is de juridische achtergrond van het door mij te hanteren begrip ‘werkingsregels’ aan de orde.
Haazen stelt dat het overgangsrecht verschillende werkingen onderscheidt, waarmee de toepassing van het geldend recht variabel wordt maakt.1 Het woord ‘toepassing’ acht ik ongelukkig gekozen, gelet op de specifieke betekenis die ik in dit onderzoek aan dat begrip toeken (par. 2.2.2). Gelet op de betekenis die Haazen in dit geval aan het begrip ‘toepassen’ toekent, kan mijns inziens net zo goed worden gesproken van ‘werken’. De regels binnen het overgangsrecht die aangeven of een wet al dan niet werkt, worden door De Die geldingsregels genoemd:2
‘Geldingsregels bepalen welke van twee of meer regelingen op een geval van toepassing is. Ze zijn daarom van andere, “hogere”, orde dan die regelingen. (...)
Dikwijls blijft de geldingsregel ook ongeschreven en moet zijn inhoud door rechtsvinding worden bepaald; analogie met eerder geregelde of besliste gevallen kan daarbij een belangrijke rol spelen.’
Van der Beek noemt de regels die de werking van een wet reguleren verwijzingsregels. Hij definieert dit begrip als volgt:3
‘Verwijzingsregels zijn indirecte regels: zij bevatten zelf geen materieel recht, maar verwijzen naar de materiële regel die toepasselijk is op een bepaalde overgangssituatie. (...) Verwijzingsregels zijn ook keuzeregels: zij kiezen voor beheersing van zo’n situatie door het oude dan wel door het nieuwe recht.’