Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking
Einde inhoudsopgave
Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking (IVOR nr. 118) 2020/8.3.2:8.3.2 Overeenkomst tot samenwerking
Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking (IVOR nr. 118) 2020/8.3.2
8.3.2 Overeenkomst tot samenwerking
Documentgegevens:
mr. A.C. Faber, datum 16-03-2020
- Datum
16-03-2020
- Auteur
mr. A.C. Faber
- JCDI
JCDI:ADS196926:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
[278] Aandelentransacties die worden aangeduid met overeenkomst tot samenwerking kunnen verschillende gedaanten aannemen. Ze kunnen elementen van koop en verkoop, van ruil en van uitgifte van aandelen hebben. Het is, net als bij de koopovereenkomst, goed mogelijk dat de wederpartij geen last ondervindt van twijfel aan en een enquête naar het beleid van de rechtspersoon.1 Een voor alle vormen van samenwerkingsovereenkomst geldende objectieve norm, die de rechtspersoon voorschrijft een enquête te voorkomen, is daarom niet aannemelijk.
[279] Samenwerkingsovereenkomsten zijn gewoonlijk gericht op een langdurige relatie. Meer dan bij incidentele of kortstondige contacten, is het bij duurzame betrekkingen denkbaar dat de contractpartner belang heeft bij de reputatie van de rechtspersoon. Onder omstandigheden – te denken valt aan aard en intensiteit van de samenwerking – mag de samenwerkingspartner verwachten, dat de rechtspersoon doet wat in zijn macht ligt om afbreuk aan zijn reputatie door een enquête te voorkomen. Dat kan betekenen dat de rechtspersoon elke vorm van enquête moet voorkomen.2 Maar ook dat hij een enquête naar bepaalde onderwerpen, met een bepaalde duur of intensiteit, of van een bepaalde vorm moet voorkomen.3 De rechtspersoon zal in beginsel ook de procesrechtelijke acties moeten nemen die daartoe dienstig kunnen zijn.