Sturingsinstrumenten in de WW: 1987-2020
Einde inhoudsopgave
Sturingsinstrumenten in de WW: 1987-2020 (MSR nr. 77) 2021/6.1:6.1 inleiding
Sturingsinstrumenten in de WW: 1987-2020 (MSR nr. 77) 2021/6.1
6.1 inleiding
Documentgegevens:
Datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
Kluwer
- JCDI
JCDI:ADS259000:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Sociale zekerheid algemeen / Algemeen
Sociale zekerheid werkloosheid (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk wordt het instrument van de wijziging van de criteria voor verwijtbare werkloosheid behandeld. Door de definiëring van het begrip verwijtbare werkloosheid kan het kabinet de toegang tot de WW beperken of verruimen. De systematiek van de WW houdt in dat de norm en sanctie in aparte wetsartikelen zijn geregeld en daardoor ook als aparte sturingsinstrumenten door het kabinet kunnen worden gebruikt. De normen zijn respectievelijk in artikel 24 WW (omschrijving van verwijtbare werkloosheid) en artikel 26 WW (administratieve verplichtingen) geregeld. Het instrument van de sanctie bij het overtreden van de norm is geregeld in artikel 27 en 27a WW, en is behandeld in de hoofdstukken 4 (maatregel) en 5 (boeten). Dit hoofdstuk behandelt de wijziging van de norm voor de overtreding waarbij een maatregel wordt opgelegd, namelijk: de werknemer moet voorkomen dat hij verwijtbaar werkloos wordt of is. Het begrip van ‘verwijtbare werkloosheid’ is in de jurisprudentie nader ingevuld, maar het kabinet heeft door aanpassing van het begrip een leidende rol gespeeld. Deze jurisprudentie zal niet in detail worden behandeld, omdat dit hoofdstuk juist beoogt een overzicht te geven van het gebruik van het instrument in de betekenis zoals in de wet geformuleerd. De invulling in de jurisprudentie zal daarom enkel ter verduidelijking van de ontwikkeling van het instrument worden behandeld. In het hiernavolgende analyseer ik de wijze waarop het instrument van aanpassing van het begrip ‘verwijtbare werkloosheid’ zich heeft ontwikkeld (paragraaf 6.2 – 6.4, 6.6 en 6.7). Die ontwikkelingen moeten tegen het licht van een veranderende visie op de WW worden gehouden (paragraaf 6.5). Tot slot ga ik in op het effect op de rechtspositie van de WW’er (paragraaf 6.8.1).