Achtergestelde vorderingen (O&R)
Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/7.4.1:7.4.1 Inleiding
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/7.4.1
7.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186801:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
472. Na executie van het vermogen waarop het faillissementsbeslag rust wordt de opbrengst daarvan uitgekeerd aan de schuldeisers met een verhaalsrecht dat tijdens de verificatie is erkend. Als de executie-opbrengst onvoldoende is om alle vorderingen volledig te voldoen, dan moet die onder de verhaalsgerechtigden worden verdeeld conform hun onderlinge rangorde.
De rangorde wordt onder meer bepaald door de voorrechten en achterstellingen die tijdens de verificatie zijn vastgesteld.1 De gevolgen van de achterstellingen voor de rangorde zijn bij de verificatie vastgesteld. De gevolgen van de voorrechten voor de rangorde worden door de curator vastgesteld bij het opstellen van de uitdelingslijst.2 Hierna wordt uitgegaan van een reeds vastgestelde rangorde.
De verdeling van de executie-opbrengst zou uit die rangorde moeten volgen als een zuiver rekenkundige exercitie. Als de rangorde de vorm van een ranglijst heeft dan is dat ook zo. Dat soort gevallen is eerder aangeduid als de eenvoudige gevallen.3
In de complexe gevallen is het geheel van onderlinge rangverhoudingen niet transitief en daarom heeft de rangorde in die gevallen niet de vorm van een ranglijst.4 Dat compliceert de verdeling van de executie-opbrengst. Dan moeten nadere keuzes worden gemaakt en is de verdeling van de executie-opbrengst dus niet louter een rekenkundige exercitie. Die keuzes moeten zoveel als mogelijk recht doen aan de uitgangspunten voor de verdeling van de executie-opbrengst. Daarom worden die uitgangspunten hierna eerst uiteengezet. Daarna volgt op basis van die uitgangspunten een beschrijving van de verdeling van de executie-opbrengst, althans van de elementen daarvan die gerelateerd zijn aan de achterstelling. Daarbij wordt uitgegaan van kleine aantallen schuldeisers. Daarin blijken de keuzes die moeten worden gemaakt bij de verdeling van de executie-opbrengst. Uit de verdeling tussen enkele schuldeisers kan eenvoudig worden afgeleid hoe de executie-opbrengst moet worden verdeeld bij grotere aantallen schuldeisers.5 De verdere procedurele afhandeling van de daadwerkelijke uitdeling komt hier niet aan bod omdat de achterstelling daarvoor geen bijzondere gevolgen heeft.
Zoals gebruikelijk in juridische teksten worden hierna de noodzakelijke berekeningen beschreven in woorden aan de hand van voorbeelden, met minimaal gebruik van wiskundige notatie. Die notatie biedt echter een krachtig middel om de benodigde berekeningen kernachtig samen te vatten. Waar dat zinvol is, worden de berekeningen in wiskundige notatie weergegeven in de appendix.
Omdat oneigenlijke achterstellingen de rangorde niet beïnvloeden werken die op een geheel andere wijze door in de verdeling van de executie-opbrengst. Als de oneigenlijke achterstelling wordt erkend conform artikel 130 of 131 Fw beïnvloedt die alleen de contante waarde waarvoor de vordering wordt erkend. De gevolgen daarvan voor de verdeling van de executie-opbrengst komen aan bod in paragraaf 7.4.3.