De reikwijdte van medezeggenschap
Einde inhoudsopgave
De reikwijdte van medezeggenschap (MSR nr. 63) 2014/5.3.2:5.3.2 De WOR
De reikwijdte van medezeggenschap (MSR nr. 63) 2014/5.3.2
5.3.2 De WOR
Documentgegevens:
Datum 01-01-2014
- Datum
01-01-2014
- JCDI
JCDI:ADS384865:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
L.G. Verburg, Het territoir van de (Nederlandse) ondernemingsraad in het internationale bedrijfsleven, Diss. 2007, p. 378.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wanneer de moedervennootschap in Nederland gevestigd is, is de medezeggenschap in het Nederlandse deel van het concern in beginsel niet anders dan bij een concern dat alleen activiteiten in Nederland ontplooit, met alle daarbij horende problemen (ik verwijs daarvoor naar hoofdstuk 5). Daarnaast doen zich specifieke problemen voor in internationale concerns die ik in deze paragraaf zal behandelen. Op het hoogste niveau van een concern zal in het algemeen een cor worden ingesteld, tenzij sprake is van de later te bespreken Nederland-constructie. In internationale concerns vertegenwoordigt deze cor alleen het Nederlandse gedeelte van het personeel, ongeacht de wijze waarop de werknemers verdeeld zijn over de verschillende landen. In de cor hebben immers alleen werknemers van onderliggende ondernemingsraden zitting. De WOR bepaalt niets over vertegenwoordiging van werknemers van buitenlandse vestigingen. Is het daarmee onmogelijk werknemers van een buitenlandse vestiging – bijvoorbeeld op basis van een overeenkomst – zitting te laten nemen in de cor? Naar het oordeel van Verburg is dit het geval. Hij stelt dat vertegenwoordiging van buitenlandse werknemers in Nederlandse ondernemingsraden de medezeggenschap van Nederlandse werknemers verwatert en daarmee in strijd is met art. 32 WOR.1
Naar mijn mening is het toelaten van werknemers van buitenlandse vestigingen in de cor geen overeenkomst die onder de reikwijdte van art. 32 valt, aangezien het in art. 32 WOR gaat over de uitbreiding van bevoegdheden van de (c)or en niet om eventuele verwatering van rechten van individuele werknemers bij de samenstelling van medezeggenschapsorganen. De cor behoudt zijn bevoegdheden, maar vertegenwoordigt een groter gedeelte van het personeel. Dit doet recht aan het legitimiteits-vereiste, dat juist veelal als een argument wordt gebruikt om medezeggenschap in internationale concerns uit te sluiten. Ook vanuit Europa is veel aandacht voor het gelijk behandelen van werknemers uit verschillende lidstaten met betrekking tot medezeggenschapsbevoegdheden. Zie bijvoorbeeld de derde uitzondering van de Richtlijn grensoverschrijdende fusies. Het lijkt me wenselijk dat de WOR de mogelijkheid biedt in het reglement op te nemen dat buitenlandse ondernemingen vertegenwoordigd kunnen worden in de WOR. Art. 34 lid 4 WOR maakt het reeds mogelijk ondernemingen die geen or hebben ingesteld te laten vertegenwoordigen. Onduidelijk is of deze bepaling ook ziet op buitenlandse ondernemingen.