Einde inhoudsopgave
Het beheerplan voor Natura 2000-gebieden (SteR nr. 17) 2014/9.4.4
9.4.4 Beheerplannen
mr. drs. S.D.P. Kole, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. drs. S.D.P. Kole
- JCDI
JCDI:ADS449855:1
- Vakgebied(en)
Natuurbeschermingsrecht / Algemeen
Natuurbeschermingsrecht / Gebiedsbescherming
Natuurbeschermingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 4.6, lid 1 Ww jo. art. 1.1, lid 1 Ww. Rijkswateren zijn watersystemen of onderdelen daarvan die in het beheer zijn van het Rijk. Regionale wateren zijn watersystemen of onderdelen daarvan die niet in beheer zijn bij het Rijk.
Een beschrijving van de rijkswateren is te vinden in Rijkswaterstaat 2009a, p. 17 e.v.
Rijkswaterstaat 2009b, p. 115.
Rijkswaterstaat 2009b. p. 162 (Rivieren en kanalen) en p. 183 (Zuidwestelijke Delta).
Rijkswaterstaat 2009b, p. 217.
Dit plan is te raadplegen op www.rijkswaterstaat.nl.
Rijkswaterstaat 2012b, p. 5-6.
Rijkswaterstaat 2012b, p. 7 (Tabel 2).
European Commission 2010b, p. 6-7.
Dit volgt niet uit de toelichting op p. 6 van Rijkswaterstaat 2012b.
Rijkswaterstaat 2012b, p. 7 (Tabel 8).
Zie de toelichting op p. 5 van Rijkswaterstaat 2012b.
Deze plannen zijn te vinden op de website www.helpdeskwater.nl/onderwerpen/wet-geving-beleid/kaderrichtlijn-water/uitvoering/nationaal/item_27248/links-waterplannen/. In slechts een zeer beperkt aantal gevallen zijn − zonder succes − beroep en/of hoger beroep ingesteld tegen de inhoud en/of de motivering van deze plannen. Zie ABRvS 11 mei 2011, nr. 201011536/1/H1 (Waterbeheerplan 2010-2015 waterschap Regge en Dinkel), ABRvS 30 maart 2011 (Waterbeheerplan 2010-2015 waterschap Rivierenland) en Rb. Zwolle Lelystad 19 oktober 2010, LJN: BO1108 (Waterbeheerplan 2010-2015 waterschap Regge en Dinkel).
Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2009, p. 37-38.
Waterschap Zeeuwse eilanden 2009, p. 80.
Waterschap Rivierenland 2009, p. 82-83 en Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2009, p. 35.
Bij het uitvoeren van dit deel van het onderzoek is net als in het praktijkonderzoek 1 juli 2013 als peildatum genomen.
Een beheerder is verplicht om voor de watersystemen die onder zijn beheer vallen een beheerplan (hierna: waterbeheerplan) vast te stellen. De Minister van I&M is verantwoordelijk voor het vaststellen van een waterbeheerplan voor de rijkswateren. De waterschappen stellen de waterbeheerplannen voor de regionale wateren vast. Een uitzondering hierop vormen de regionale wateren die in beheer zijn van het Rijk.1 De Minister van I&M heeft voor het beheer van rijkswateren het Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren 2010-2015 (hierna: BPRW 2010-2015) vastgesteld.2 Dit plan bevat een uitwerking van de verplichtingen die voortvloeien uit de Krw. De benodigde Krw-maatregelen zijn te vinden in het BPRW 2010-2015. Het programma bestaat onder meer een opsomming (per deelgebied) van Krw-maatregelen die naar verwachting bijdragen aan de realisering van de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden.
In het IJsselmeergebied gaat het om de aanleg van vispassages, visvriendelijk spui- en schutsluisbeheer, het stimuleren van duurzame visserij, de uitbreiding van ondiepe zones en geleidelijke land- en waterovergangen, een aangepast maaibeheer voor overjarig riet en een vermindering van de fosfaatuitstoot. Daarnaast wordt een wetenschappelijk onderzoek aangekondigd naar ‘nut en noodzaak’ van (eventuele) aanvullende maatregelen om een gunstige staat van instandhouding te realiseren. Daarbij gaat het om de mogelijkheden om de peildynamiek in het IJsselmeer te vergroten en het herstel van de verstoorde slibbalans in het Markermeer.3 Het programma bevat vergelijkbare informatie voor andere deelgebieden.4 Een voorbeeld hiervan vormt het zogenaamde ‘Kierbesluit’ ten behoeve van de Zuidwestelijke Delta. Het Programma Rijkswateren bevat het uitgesproken voornemen om de Haringvlietdam ten behoeve van het realiseren van een gunstige staat van instandhouding van de kwalificerende (vissen)soorten Zalm, Fint, Elft en Prik in de toekomst op een kier te zetten.5
De benodigde maatregelen zijn meestal globaal geformuleerd. In de meeste gevallen ontbreken de exacte locaties en een tijdschema voor de uitvoering van de maatregelen. Als gevolg daarvan moet worden afgewacht of, en wanneer een bepaalde maatregel wordt uitgevoerd. In juni 2012 heeft het demissionaire kabinet Rutte-Verhagen bezuinigingen aangekondigd op het waterkwaliteitsbeheer voor de rivieren, Waddenzee, IJsselmeer en de Deltawateren. In december 2012 is de Herziening BPRW 2012. Uitwerking tussentijdse partiële herziening Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren 2010-2015 (hierna: BPRW 2012) vastgesteld.6 Als uitvloeisel van dit plan wordt een groot aantal Krw-maatregelen uitgesteld tot na 2015.7 De aangekondigde ‘fasering’ van de Krw-maatregelen heeft belangrijke consequenties voor Natura 2000-gebieden. Enkele uitzonderingen daargelaten worden de maatregelen voor het verbinden van natuurgebieden en de verbetering van leefgebieden in de huidige planperiode geschrapt en doorgeschoven naar een later tijdstip.
In het Natura 2000-gebied IJsselmeer worden de maatregelen voor de verbetering van de visintrek uit het omliggend gebied (grotendeels) uitgevoerd.8 In de Natura 2000-gebieden Uiterwaarden Nederrijn en Uiterwaarden Lek worden alle maatregelen ten behoeve van het (aanleggen) van verbindingen en het verbeteren van het leefgebied juist uitgesteld tot na 2015. Daarbij gaat het om zaken zoals de optimalisatie van oevers en kribben en de aanleg van een visgeleiding bij de stuw van Amerongen.
Op zichzelf is het toegestaan om Krw-maatregelen voor Natura 2000-gebieden later uit te voeren. In dergelijke gevallen mag echter geen situatie in strijd met artikel 6, tweede lid Hrl ontstaan.9 Uit de herziening BPRW 2012 valt echter niet op te maken dat expliciet rekening is gehouden met de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. De aanpassing van het BPRW 2010-2015 is niet aantoonbaar aan een habitattoets onderworpen.10 De inhoud van het BPRW 2012 is wel getoetst aan het ‘wettelijk kader’ van de Krw maar niet aan de Vrl en/of Hrl. In het verlengde daarvan:
‘zijn de maatregelen getoetst op hun bijdrage aan de ecologische toestand van de waterlichamen. Maatregelen met een (relatief ) groot ecologisch rendement en maatregelen die een belangrijke bijdrage leveren aan het realiseren van N2000-doelstellingen hebben prioriteit gekregen. Het verbeteren van de samenhang tussen waterlichamen, zowel internationaal als binnen het hoofdwatersysteem en binnen stroomgebieden is hierin meegewogen. Dit betekent een blijvende inzet op het gezamenlijk met de waterschappen aanleggen van vispassages en herstel van beekmondingen’.11
De wijze waarop de herziening van het BPRW tot stand is gekomen is hoofdzakelijk ingegeven door nationale doelstellingen (het realiseren van bezuinigingen).12 Maar de voorbereiding van dit besluit is niet conform het toepasselijke Unierecht (Hrl) verlopen. Als gevolg daarvan kan niet worden uitgesloten dat bij de uitvoering van het BPRW een situatie in strijd met de Vrl en de Hrl ontstaat. In het uiterste geval kan dit leiden tot onherstelbare schade waardoor habitats of soorten, bijvoorbeeld als gevolg van verdroging, verdwijnen.
De waterschappen zijn, uitzonderingen daargelaten, verplicht om waterbeheerplannen vast te stellen voor de regionale wateren. Alle Nederlandse waterschappen hebben in 2009 een dergelijk plan vastgesteld voor hun werkgebied.13 In ieder plan wordt een duidelijke relatie gelegd tussen de beschikbaarheid van voldoende en schoon water en de aanwezigheid van natuurwaarden. Daarbij wordt een koppeling aangebracht tussen de doelstellingen van de Krw, de Vrl en de Hrl. Bijzondere aandacht gaat uit naar de Natura 2000-gebieden met een ‘sense-of-urgency’-status.14 Dat is begrijpelijk in het licht van de doelstellingen van de Vrl en de Hrl. De waterkwantiteit en waterkwaliteit moeten uiterlijk in 2015 voldoen aan de vereisten van de Krw. Toch ontbreken in de waterbeheerplannen concrete maatregelen om dat doel te realiseren. Het vaststellen en uitvoeren van dergelijke maatregelen wordt afhankelijk gesteld van (nog) op te stellen instandhoudingsdoelstellingen en beheerplannen voor Natura 2000-gebieden. Soms ontbreken concrete maatregelen omdat de huidige waterkwaliteit geen belemmering vormt voor de bescherming van Natura 2000-gebieden.15 In alle waterbeheerplannen wordt de realisering van de doelstellingen van de Krw (mede) in verband gebracht met het vaststellen en uitvoeren van de beheerplannen voor Natura 2000-gebieden.16 Dit roept de vraag op of de beschikbare (ontwerp) beheerplannen maatregelen ten behoeve van voldoende waterkwantiteit en een goede waterkwaliteit bevatten.17