Einde inhoudsopgave
Art. 2:11 BW, doorgeefluik van bestuurdersaansprakelijkheid (IVOR nr. 106) 2017/3.2
3.2 Korte geschiedenis van art. 2:11 BW: beperking van art. 2:11 BW tot bestuurders
mr. C.E.J.M. Hanegraaf, datum 25-06-2017
- Datum
25-06-2017
- Auteur
mr. C.E.J.M. Hanegraaf
- JCDI
JCDI:ADS298881:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Wet van 16 mei 1986, houdende wijziging van bepalingen van het Burgerlijk Wetboek en de Faillissementswet in verband met de bestrijding van misbruik van rechtspersonen (de Derde Misbruikwet). Dit artikel lijkt te zijn gebaseerd op het inmiddels afgeschafte art. 98 van de Franse wet nr. 67-563 van 13 juli 1967 luidende: “Les dispositions des articles 99 à 102 s’appliquent aux dirigeants sociaux personnes physiques ou morales et aux personnes physiques repr é sentants permanents de dirigeants sociaux personnes morales.”
Stb. 1990, 90.
In het oorspronkelijke voorstel van wet bevatte ook art. 2:11 BW – volgens de Invoeringswet Boeken 3, 5 en 6, zesde gedeelte – de woorden ‘bestuurder of commissaris’, hetgeen weer via de nota van wijzigingen gewijzigd is; de woorden ‘of commissaris’ zijn vervallen met de toelichting dat art. 2:11 BW is aangepast aan de tekst van art. 2:4a BW, zoals die bij de Wet van 16 mei 1986 (de Derde Misbruikwet) is vastgesteld. Zie: NvW 4, Kamerstukken, 17 725, nr. 14, p. 2 en 7.
Kamerstukken, 16 631, nr. 1-2, p.1.
Kamerstukken, 16 631, nr. 3, p. 3.
Kamerstukken 16 631, nr. 7, p. 1. Vgl. MvA 16 631, nr. 6, p. 17.
De Derde Misbruikwet leidde op 1 januari 1987 tot invoering van art. 2:4a (oud) BW, de voorloper van het huidige art. 2:11 BW.1 Per 1 januari 1992 is art. 2:4a BW zonder verdere wijziging hernummerd tot art. 2:11 BW.2 Aanvankelijk luidden art. 2:4a (oud) BW en art. 2:11 BW3 als volgt4: “De aansprakelijkheid van een rechtspersoon als bestuurder of commissaris van een andere rechtspersoon rust tevens hoofdelijk op ieder die ten tijde van het ontstaan van de aansprakelijkheid van de rechtspersoon daarvan bestuurder is” [tekst onderstreept door CEJMH].
In de wetsgeschiedenis wordt ingegaan op het feit dat de bepaling tevens ziet op rechtspersonen die commissaris zijn. In dat kader wordt in de wetsgeschiedenis opgemerkt dat – hoewel de figuur van een rechtspersoon-commissaris zelden voorkomt – er geen reden is de aansprakelijkheid van rechtspersoon- commissarissen niet te regelen of anders te regelen dan die van rechtspersoon- bestuurders.5
Art. 2:11 BW heeft thans alleen betrekking op (rechtspersoon-)bestuurders. Bij Nota van Wijzigingen 16 6316 zijn de in art. 2:4a (oud) BW vermelde woorden “of commissaris” vervallen. In de wet werd namelijk ten aanzien van de meeste rechtspersonen vastgelegd dat alleen natuurlijke personen commissarissen kunnen zijn (vgl. ten aanzien van de N.V. en de B.V.: artt. 2:140/250 lid 1 BW). Ten aanzien van commissarissen bestaat derhalve met betrekking tot die rechtspersonen geen reden (meer) voor een (doorbraak)bepaling als die van art. 2:11 BW.