Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/7.3.3.3
7.3.3.3 Conclusie: een begrip, twee interpretaties
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS363921:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009/626b; Beckers 2009-1, p. 34-38; Tali/Everts 2008, p. 764; Rebers/Maatman 2008, p. 382-383; Doorman 2008-2, p. 499; Rebers 2007, p. 361; De Vlaam 2006, p. 600-601; Doorman 2006, p. 236-237; Van Veen 2006, p. 207 en Nieuwe Weme 2004, p. 145.
Idem ESMA 2013 – White list, nr. 2.3.
Deze begrippen ontleende ik aan Van Solinge/Nieuwe Weme 1999, p. 414 waar zij betogen dat de Overnamerichtlijn bij de definitie van een openbaar bod in art. 2 een ander zeggenschapsbegrip (teleologisch) hanteert dan in de verplicht bod-regeling van art. 5 lid 1 (conditioneel). Vgl. Van Solinge 2001-2, p. 504.
Bij deze stand van zaken zou ik menen dat moet worden uitgegaan van een materieel controlecriterium in de definitie van onderling overleg in art. 1:1 Wft. Hoewel de tekst van de wet op een andere uitleg duidt, komt meer betekenis toe aan de strekking van de regeling en de daarop voortbordurende beperkende uitleg in de parlementaire geschiedenis. Dit is ook de meerderheidsopvatting in de literatuur.1 Ik zou denken dat dat reeds geldt onder het thans geldende recht, maar omwille van de rechtszekerheid moet het materiële controlecriterium wettelijk verankerd en bovendien nader ingevuld worden (zie uitgebreid § 7.4-7.6). Praktisch betekent het voorgaande dat het begrip overwegende zeggenschap bij acting in concert twee betekenissen heeft:
I. Overwegende zeggenschap in conditionele zin
Een biedplicht ontstaat volgens art. 5:70 lid 1 Wft slechts bij verwerving van overwegende zeggenschap, ook bij acting in concert. Men kan hier spreken van conditionele zeggenschap. Hier geldt het formele 30%-criterium uit de definitie van overwegende zeggenschap van art. 1:1 Wft. Als de samenwerkende partijen minder dan 30% van de stemrechten kunnen uitoefenen, ontstaat er geen biedplicht.2
II. Overwegende zeggenschap in teleologische zin
Daarnaast is er het begrip overwegende zeggenschap in de acting in concert-definitie. Ter onderscheiding van de hiervoor genoemde conditionele zeggenschap zou kunnen worden gesproken van teleologische zeggenschap.3 Voor deze teleologische zeggenschap geldt een materieel zeggenschapscriterium, dat hierna zal worden uitgewerkt (§ 7.4-7.5).