Einde inhoudsopgave
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/4.2.6
4.2.6 De eurocrisis
mr. M. Diamant, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. M. Diamant
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie daarvoor o.a. Chalmers, Davies & Monti 2014, p. 715.
Cuyvers 2013, p. 398.
Het begrotingstekort van Griekenland zou in plaats van de 3,7%, zoals de overheid bekend maakte, zeker 12,7% bedragen. Ook al in 2004 bleek dat Griekenland jarenlang niet eerlijk was geweest over de begrotingscijfers. De convergentiecriteria, zo bleek achteraf, waren in werkelijkheid niet behaald.
De zogenoemde Greek Loan Facility. Voor een overzicht van de maatregelen genomen voor het verlenen van financiële assistentie aan Griekenland zie: http://ec.europa.eu/economy_finance/assistance_eu_ms/greek_loan_facility/.
Bovendien hadden de regels uit het verdrag een averechts effect. De lidstaten in problemen moesten door oplopende rentes meer lenen om zichzelf te kunnen blijven financieren. Adamski 2012, p. 1327. Daarnaast verhinderden de verboden in eerste instantie een adequate aanpak van de crisis. Metten 2013, p. 71.
Adamski 2012, p. 1325-1326.
De financiële crisis die in 2008 overwaaide uit de Verenigde Staten had de financiën van de meeste eurolidstaten verzwakt doordat verschillende banken moesten worden opgekocht met overheidsgeld. Daarnaast was het ook moeilijker om geld te lenen voor overheden en stokte de economische groei.1 Dit droeg bij aan en verergerde de schuldencrisis, 2die als gevolg van de crisis in Griekenland oversloeg op verschillende landen in de eurozone en uiteindelijk leidde tot de eurocrisis.
Toen de Griekse regering in 2010 bekend maakte dat het werkelijke Griekse begrotingstekort velen malen hoger lag dan de cijfers aanvankelijk deden vermoeden – het financiële wanbeleid was jarenlang onopgemerkt gebleven doordat de autoriteiten de cijfers rooskleuriger voordeden dan ze in werkelijkheid waren – stortte de kapitaalmarkt in.3 Griekse staatsobligaties werden massaal verkocht, waardoor de rente op de obligaties steeds verder opliep. De hoge rentes betekenden dat herfinanciering van de staatsschuld steeds minder waarschijnlijk werd, waardoor het voor Griekenland steeds moeilijker werd om zich te financieren via de kapitaalmarkten. Een faillissement van Griekenland als lid van de EMU zou grote en niet te voorspellen gevolgen hebben voor de overige landen in de eurozone. De lidstaten kozen uiteindelijk eieren voor hun geld: om een faillissement van Griekenland te voorkomen kwamen de eurolanden en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) in actie door het verstrekken van bilaterale noodleningen aan Griekenland.4 De weg van monetaire financiering en een bail out waren ten slotte uitgesloten door het verdrag.5 De markten gingen nu echter ook twijfelen aan de houdbaarheid van de overheidsfinanciën van de andere lidstaten. In de landen van de eurozone met de zwakkere economie-en bestonden macro-economische onevenwichtigheden. Dit kwam onder andere doordat de rentes op de leningen van deze lidstaten in de periode voor de crisis kunstmatig laag waren. De markten vroegen aan elke lidstaat ongeveer dezelfde rente ongeacht de staat van de betalingsbalans, waardoor landen als Griekenland, met een slechtere betalingsbalans, relatief weinig rente betaalden tegenover Duitsland of Nederland, landen met een betere betalingsbalans. Dit moedigde de landen met de zwakkere economieën destijds aan om meer te lenen en minder te sparen, wat de investeringsbubbel die was ontstaan in deze landen, met name in Portugal, Ierland en later ook Spanje, verergerde. Het onverantwoorde budgettair en structurele beleid dat hierdoor was ontstaan werd onhoudbaar door de uit de Verenigde Staten overgewaaide financiële crisis.6 De markten verhoogden de rentes op de staatsobligaties voor deze landen waardoor deze landen ook in de betalingsproblemen kwamen. Door de Griekse crisis en het spill over-effect daalde de koers van de euro aanzienlijk en de eurocrisis was geboren.