Einde inhoudsopgave
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/4.2.7
4.2.7 Het bestrijden van de eurocrisis en het versterken van de EMU
mr. M. Diamant, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. M. Diamant
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie o.a. De Stradeleer 2012, p. 380, Hinarejos 2015a, p. 10, Chalmers, Davies & Monti 2014, p. 717. Over de dieper liggende oorzaak van de eurocrisis bestaat echter geen eenduidigheid. Volgens Maduro zijn er twee visies te onderscheiden. In de dominante visie zijn het vooral de lidstaten die o.a. door het voeren van onverantwoord budgettair beleid en het feit dat de landen te weinig concurrerend waren verantwoordelijk worden gehouden voor de crisis. In de andere visie zijn het vooral de markten die schuldig zijn aan het ontstaan van de crisis. De markten hebben het immers nagelaten om het onverantwoorde gedrag van lidstaten af te straffen en hebben het gedrag van de lidstaten juist verergert. Maduro 2012, p. 3 en 4.
De Sadeleer 2012, p. 380.
Hierover meer in paragraaf 4.2.10.
De EMU bleek niet bestand tegen dergelijke crises. De problemen in één land konden grote effecten hebben op de andere landen in de eurozone en daarmee uiteindelijk de euro in gevaar brengen. In de literatuur wordt algemeen aangenomen dat de crisis voor een groot deel het gevolg is van de uitgangspunten en met name de asymmetrie die ten grondslag ligt aan de EMU.1 Economische beleidscoördinatie via soft law en het afdwingen van begrotingsdiscipline via de markten bleek niet meer voldoende om de houdbaarheid van de EMU te garanderen.2
In directe reactie op de ontstane financiële instabiliteit in de eurozone zijn ad hoc crisisinstrumenten, zowel binnen als buiten de rechtsorde van de Unie, opgezet op basis waarvan financiële assistentie kon worden verleend aan lidstaten in financiële nood. In 2012 is er een permanent mechanisme voor financiële steun opgericht. Ook zijn verschillende structurele veranderingen doorgevoerd, zowel binnen als buiten de rechtsorde van de EU, gericht op het versterken van de economische beleidscoördinatie binnen de EMU, om de EMU bestendiger te maken en een dergelijke crisis in de toekomst te voorkomen. Deze structurele maatregelen hebben betrekking op het (versterken van het) toezicht door de EU op nationaal budgettair en economisch beleid en op het harmoniseren van begrotingswetgeving en het open vaststellen van de begroting op nationaal niveau. Deze maatregelen zijn enerzijds nodig om de monetaire unie in stand te houden en te versterken. Anderzijds echter raken deze maatregelen aan gevoelige nationale kwesties van economisch beleid en concepten als democratische legitimatie en nationale soevereiniteit.3 Naast deze structurele maatregelen en het opzetten van instrumenten voor financiële assistentie zijn ook de bevoegdheden van de ECB toegenomen en is er getracht de link tussen de banken en overheden te doorbreken door het opzetten van centraal Europees toezicht op de bankensector: de bankenunie. Deze verschillende maatregelen worden hieronder kort toegelicht.
4.2.7.1 Financiële assistentie4.2.7.2 Maatregelen genomen door de ECB4.2.7.3 Strenge en bredere monitoring en harmonisatie van nationale begrotingskaders4.2.7.4 Financiële regelgeving en bankenunie