Einde inhoudsopgave
Aandeelhoudersverantwoordelijkheid (VDHI nr. 129) 2015/4.4.3.2.2
4.4.3.2.2 Algemene vergadering van aandeelhouders als toezichthouder en belangenbehartiger, kan dat wel?
Mr. B. Kemp, datum 21-07-2015
- Datum
21-07-2015
- Auteur
Mr. B. Kemp
- JCDI
JCDI:ADS296546:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie in dit verband onder meer paragraaf 2.2.6. en 2.3.4.2.
Olaerts 2007, p. 27. Zie in dit verband ook het rapport van de High Level Group of Company Law Experts 2002, p. 47 e.v., welk rapport de inspiratiebron is voor de opvattingen van Olaerts. De opvattingen uit het voornoemde rapport zijn in zekere zin ingehaald door de tijd. In het rapport wordt onder meer aangegeven dat aandeelhouders de residual claiments zijn (waarvan we in hoofdstuk 2 hebben gezien dat dit zeer goed te betwisten valt) en dat aandeelhouders zich richten op waardecreatie (waarvan we nu weten dat ze ook graag waarde voor zichzelf op de korte termijn vergaren ten koste van andere stakeholders). Zie in dit verband ook hetgeen ik reeds heb overwogen in hoofdstuk 3, paragraaf 3.4. Zie in verband met de toezichthoudende functie van de aandeelhouder onder het recht toen de contractuele theorie nog de heersende leer was: Polak 1935, p. 381 e.v.
Denk bijvoorbeeld aan de klassieke situatie waarin een aantal aandeelhouders tevens bestuurder is en in dat kader tevens een managementvergoeding ontvangt, terwijl andere aandeelhouders geen bestuurder zijn en voor inkomsten volledig afhankelijk zijn van dividend.
Olaerts constateert in dit verband een viertal zogenaamde vervuilers, die tot gevolg hebben dat de aandeelhouder zijn toezichthoudende taak niet goed meer kan vervullen (Olaerts 2007, p. 27 e.v.). De eerste vervuiler is de verspreiding van aandelenkapitaal. De aandeelhouder wordt van (actief betrokken) kapitaalverschaffer tot een belegger en kan daarmee zijn (controlerende) zeggenschapsrechten niet althans minder effectief uitvoeren. De tweede vervuiler is dreigende financiële problemen. Wanneer de vennootschap in een financiële noodtoestand verkeert, zal het belang van aandeelhouders (sterker) veranderen ten opzichte van bijvoorbeeld crediteuren. De derde vervuiler is de aanwezigheid van groepsrelaties. De belangen van een aandeelhouder in de moedervennootschap hoeven niet parallel te lopen aan die van crediteuren (of anderen belanghebbenden) in de dochtervennootschappen. Als vierde vervuiler wijst zij op de activistische beleggers. Zij zullen sterker gericht zijn op winstmaximalisatie, vaak op de korte termijn. Dit gaat vaak ten koste van bijvoorbeeld werknemers en crediteuren.
De vraag is (ook) in hoeverre andere belanghebbenden het doen of laten van de aandeelhouder in zo’n situatie kunnen beïnvloeden. Hierop wordt in hoofdstuk 7 (individuele aandeelhouder) en hoofdstuk 9 (algemene vergadering) nader ingegaan.
De aandeelhouder wordt gezien als een toezichthouder op het bestuur. Deze functie is in hoofdstuk 2 reeds een aantal keer aangehaald.1 Onder de institutionele theorie op de vennootschap hebben de organen een controlerende functie ten opzichte van elkaar. Olaerts wijst erop dat de algemene vergadering van aandeelhouders binnen de vennootschapsstructuur het best is geplaatst om tegenwicht te bieden aan het bestuur en daarop toezicht te houden.2
De bevoegdheden van de algemene vergadering van aandeelhouders hebben tot op zekere hoogte een controlerend en toezichthoudend karakter. Zeker de kernbevoegdheden ‘leiding en toezicht’ en ‘ingrijpende bestuursbesluiten’ van de algemene vergadering van aandeelhouders dragen hieraan direct bij, maar ook de kernbevoegdheden ‘statutaire inrichting’ en ‘het recht op inlichtingen’ ondersteunen indirect deze functie.
Alvorens nader in te gaan op het functioneren van deze toezichthoudende functie, dient te worden stilgestaan bij de andere functie van de algemene vergadering van aandeelhouders, zijnde de behartiger van de belangen van de aandeelhouders. Deze functie spreekt voor zichzelf. De algemene vergadering van aandeelhouders zou kunnen worden beschouwd als orgaan door middel waarvan de individuele aandeelhouders hun stem kunnen laten horen en hun belang kunnen behartigen. Bovendien is het de vraag of er zoiets is als een eenduidig ‘belang van de aandeelhouders’. Het belang van de individuele aandeelhouders is immers niet altijd hetzelfde, zeker wanneer er sprake is van één of meer minderheidsaandeelhouders tegenover een meerderheidsaandeelhouder.
Het is mijns inziens maar de vraag of deze twee functies van de algemene vergadering van aandeelhouders wel naast elkaar kunnen functioneren. Kan de algemene vergadering van aandeelhouders zowel het bestuur (en eventueel de raad van commissarissen) controleren en het belang van haar individuele aandeelhouders behartigen? Daarbij is overigens nog maar de vraag of er zoiets is als ‘het aandeelhoudersbelang’. Ook aandeelhouders in dezelfde vennootschap kunnen zeer uiteenlopende belangen hebben.3 Het antwoord op deze vraag is volgens mij afhankelijk van de vraag in hoeverre het belang van de vennootschap afwijkt van het belang van de aandeelhouders.4 De organen die de algemene vergadering van aandeelhouders moeten controleren (het bestuur en de raad van commissarissen) dienen immers het vennootschappelijk belang te behartigen, terwijl moet worden voorondersteld dat de algemene vergadering van aandeelhouders, blijkens haar tweede functie, het belang van haar aandeelhouders mag behartigen. Doorgaans zal het belang van aandeelhouders en het vennootschappelijk belang samenvallen, maar onder omstandigheden kunnen deze tegenstrijdig zijn. Wanneer dat het geval is, zullen de twee voornoemde functies van de algemene vergadering van aandeelhouders conflicteren.
Ter illustratie een voorbeeld:
Frans is enig bestuurder van AMVV B.V., waaraan een onderneming verbonden is met circa 200 werknemers en een relatief hoog vreemd vermogen. AMVV B.V. heeft vier aandeelhouders, zijnde Janssen, Boom, Lam en Visser. Laten we vooronderstellen dat het aandeelhoudersbelang optimaal wordt behartigd, maar het vennootschappelijk belang niet (en deze belangen hier dus ook niet overeenkomen). Desalniettemin wordt het vennootschappelijk belang niet op een ontoelaatbare onevenredige wijze geschaad, als gevolg waarvan belanghebbenden niet kunnen ingrijpen. Doordat het vennootschappelijk belang niet onevenredig wordt geschaad, is er geen verplichting onder artikel 2:8 BW voor de aandeelhouders/algemene vergadering om in te grijpen. Ook andere belanghebbenden kunnen in deze situatie niet op grond van de aan hen toegekende bevoegdheden ingrijpen.
De algemene vergadering van aandeelhouders van AMVV B.V. ziet zich hier geconfronteerd met twee tegenstrijdige uitkomsten vanuit haar verschillende functies. Vanuit de functie om het aandeelhoudersbelang te behartigen, dient zij de bestuurder niet te schorsen/ontslaan, omdat Frans het aandeelhoudersbelang optimaal behartigt. Vanuit haar functie om toezicht te houden op de bestuurder, dient zij echter wel actie te ondernemen. Frans behartigt het vennootschappelijk belang niet optimaal, terwijl dit onder artikel 2:239 lid 5 BW wel van hem verwacht wordt. De vraag die als gevolg van deze situatie rijst is: moet de bestuurder geschorst en/of ontslagen worden of niet? Als de aandeelhouders het voor het zeggen hebben, zal het in ieder geval niet gebeuren.5 Hier is derhalve sprake van spanning in de duale taakstelling van de algemene vergadering van aandeelhouders. In hoofdstuk 8 zal worden getracht een aantal oplossingen voor dit probleem aan te reiken.