Ambtshalve toepassing van EU-recht
Einde inhoudsopgave
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/2.10.6:2.10.6 Conclusies
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/2.10.6
2.10.6 Conclusies
Documentgegevens:
Mr. A.G.F. Ancery, datum 01-08-2012
- Datum
01-08-2012
- Auteur
Mr. A.G.F. Ancery
- JCDI
JCDI:ADS298606:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
63
Het civiele appel vormt een nieuwe feitelijke behandeling. De partijen mogen het appel gebruiken als een herkansing. Toch valt het appel niet geheel los te zien van de rechtsstrijd in eerste aanleg. Zo richten de grieven in appel zich tegen de uitspraak in eerste aanleg. De appelrechter mag niet buiten de grieven en de daaraan ten grondslag gelegde feitelijke gronden treden. Het begrip grief vormt een essentieel element van het Nederlandse appelstelsel. Dit betreft iedere grond die de appellant aanvoert ten betoge dat de bestreden uitspraak moet worden vernietigd. De grief moet voldoende specifiek zijn, teneinde de geïntimeerde in staat te stellen zich in voldoende mate tegen de grief te kunnen verweren. Het is aan de appellant om al bij memorie van antwoord met zijn grieven te komen. Als de appelrechter tot de conclusie komt dat een grief slaagt, dan dient hij in beginsel alle niet-prijsgegeven stellingen uit eerste aanleg in zijn beoordeling te betrekken, voor zover deze binnen de rechtsstrijd te plaatsen zijn.