De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.7.2.2:4.7.2.2 Zorgplicht voor de kwaliteit van het onderwijs in middelbaar beroeps- en hoger onderwijs
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.7.2.2
4.7.2.2 Zorgplicht voor de kwaliteit van het onderwijs in middelbaar beroeps- en hoger onderwijs
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949476:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 1.18, eerste lid, van de Whw.
Louw 2011, p. 77 en Nolen 2017, p. 221.
Zie hoofdstuk 5 van Whw.
Artikel 1.3.6 van de Web.
Artikel 1.3.6, tweede lid, van de Web.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de Web en de Whw ziet de belangrijkste zorgplicht ten aanzien van de kwaliteit van onderwijs op het zorgdragen voor een stelsel van kwaliteitszorg. Daarnaast bevatten de Whw en de Web verschillende andere zorgplichten die bijdragen aan goed onderwijs, zoals zorgplichten die zien op personeelsbeleid, studeerbaarheid en arbeidsmarktperspectief.
In de Whw is ten aanzien van het stelsel van kwaliteitszorg bepaald dat het bevoegd gezag (instellingsbestuur) zorg draagt voor de regelmatige beoordeling van de kwaliteit van de werkzaamheden van de instelling.1 Deze beoordeling moet zoveel mogelijk in samenwerking met andere instellingen gebeuren. Onafhankelijke deskundigen dienen deze beoordeling uit te voeren en daarbij het oordeel van studenten over de kwaliteit van het onderwijs te betrekken. Louw noemt dit ‘een zorgplicht avant la lettre’.2 In het hoger onderwijs is het realiseren van een stelsel van kwaliteitszorg geen geheel autonome taak van het bevoegd gezag. Voor wat betreft opleidingen is bepaald dat ze elke zes jaar, om bekostigd te worden en te blijven, door de NVAO moeten worden geaccrediteerd.3 Op de accreditatie van opleidingen in het hoger onderwijs is nader ingegaan in § 4.5.5. De zorgplicht ziet niet enkel op de kwaliteit van de opleidingen, maar op alle werkzaamheden van de instellingen. Bijvoorbeeld ook het doen van wetenschappelijk onderzoek valt onder deze zorgplicht.
In de Web is ten aanzien van het middelbaar beroepsonderwijs evenzo geregeld dat het bevoegd gezag zorg moet dragen voor een stelsel van kwaliteitszorg.4 Het bevoegd gezag dient, zoveel mogelijk in samenwerking met andere instellingen, regelmatig te voorzien in de beoordeling van de kwaliteit van het onderwijs. Met ‘regelmatig’ heeft de wetgever bedoeld tenminste elke zes jaar.5 Anders dan in de Whw ziet deze zorgplicht enkel op het onderwijs, het middelbaar beroepsonderwijs heeft immers niet tot taak onderzoek te doen. Net als in de Whw is bepaald dat de beoordeling van de kwaliteit van het onderwijs dient plaats te vinden door onafhankelijke deskundigen, ook dient bij deze beoordeling het oordeel van studenten over de kwaliteit van onderwijs te worden betrokken. De opleidingen in het middelbaar beroepsonderwijs hoeven, anders dan in het hoger onderwijs, echter niet geaccrediteerd te worden. In het middelbaar beroepsonderwijs dient het bevoegd gezag dan ook zelf zorg te dragen voor de regelmatige beoordeling van de opleiding. In de Web is bepaald dat over de kwaliteit van het onderwijs een verslag openbaar gemaakt moet worden. Voor wat betreft de examens dient dit jaarlijks te gebeuren.6 Daarbij moet worden ingegaan op de beoordeling van de kwaliteit van het onderwijs en de uitkomsten van deze beoordeling, ook moet beschreven worden welk beleid het bevoegd gezag van plan is te maken gezien de uitkomsten van deze beoordeling.