Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.3.4
4.3.4 Gezagsverhouding of ondergeschiktheid
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949483:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Heerma van Voss 2020, p. 15-16 (nr. 18).
Bouwens e.a. 2019, p. 85.
Bouwens e.a. 2019, p. 85.
Bouwens e.a. 2019, p. 63.
Bouwens e.a. 2019, p. 85.
Heerma van Voss 2020, p. 17-18 (nr. 20).
Bouwens e.a. 2019, p. 63.
Bouwens e.a. 2020, p. 9.
Zie bijvoorbeeld Commissie van Beroep BVE 26 juni 2013, nr. 105713, p. 2 en Commissie van Beroep BVE 6 juli 2010, nr. 104430.
Landelijke Bezwarencommissie Schoolbestuursbeslissingen 11 mei 2016, nr. 107164, p. 6.
Commissie van Beroep BVE 8 april 2008, nrs. 103474/103510/103570/, p. 5.
Commissie van beroep funderend onderwijs, 14 januari 2021, nr. 109518, p. 4.
Zoals hiervoor geschetst vloeit uit artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek voort dat met de arbeidsovereenkomst de werknemer zich verbindt in dienst van de werkgever tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten. Uit het element in dienst blijkt dat de arbeidsovereenkomst een gezagsverhouding met zich brengt.1 Van een gezagsverhouding is sprake als de werkgever op basis van de arbeidsovereenkomst aanwijzingen ofwel instructies kan geven aan de werknemer. Aan de werkgever komt dan een instructiebevoegdheid toe. Ook vanuit het perspectief van het arbeidsrecht is het aan de werkgever om zijn organisatie op een door hem te bepalen wijze in te richten. Het geven van instructies aan zijn werknemers draagt daaraan bij. Deze instructies concretiseren eenzijdig hetgeen in de arbeidsovereenkomst over de werkzaamheden is bepaald. Daarmee blijft er een mate van flexibiliteit in de wijze waarop de werkzaamheden worden uitgevoerd.2 Bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst kan immers niet precies worden voorzien welke situaties zich voor kunnen doen. De instructiebevoegdheid van het bevoegd gezag wordt begrensd door de wet en de arbeidsovereenkomst.3 Daarnaast moeten de instructies zien op het verrichten van arbeid of de bevordering van de goede orde in de organisatie.4 De werknemer moet de instructies van de werkgever in principe opvolgen, dit wordt de gehoorzaamheidsplicht genoemd.5
Heerma van Voss merkt op dat een werknemer tegenwoordig niet langer dagelijks instructies krijgt van zijn werkgever.6 De instructies van de werkgever beperken zich vaak in hoge mate tot coördinatie en afstemming van verschillende werkzaamheden. Door het steeds hogere opleidingsniveau van werknemers zijn zij zelfstandiger geworden. Evenwel wordt nog steeds een gezagsverhouding aangenomen als de werknemer werkzaam is in een organisatorisch verband, waaraan men ondergeschikt is. Daarom wordt in de plaats van gezag veelal de term ondergeschiktheid gehanteerd.
Bouwens e.a. schrijven dat de reikwijdte van de instructiebevoegdheid van de werkgever afhankelijk is van het betreffende geval.7 De aard van de werkzaamheden kan met zich brengen dat de werknemer een grote mate van vrijheid geniet.8 Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij hoogopgeleid personeel en bij artiesten en musici. Zo zou de instructiebevoegdheid van een ziekenhuis ten aanzien van de werkzaamheden in enge zin van een medisch specialist beperkt zijn. Terwijl een ongeschoolde werknemer in een industriële omgeving juist meer instructies van zijn werkgever zal ontvangen. In hoeverre instructies opgevolgd moeten worden wordt door de rechter getoetst aan de redelijkheid en billijkheid ofwel het goed werkgeverschap en het goed werknemerschap, hier wordt dieper op ingegaan in de volgende paragraaf.
Aan het bevoegd gezag in het onderwijs komt, net als elke andere werkgever, een algemeen instructierecht toe.9 Uit uitspraken van de geschillencommissies blijkt waar deze instructies in elk geval aan moeten voldoen. Bij het geven van instructies is het bijvoorbeeld van belang dat het concrete en duidelijke aanwijzingen betreft die niet voor meerdere uitleg vatbaar zijn, anders ontstaat er mogelijk later discussie over opvolging van de instructies.10 Als het gaat om instructies die voor alle medewerkers moeten gelden die instructies algemeen bekend zijn. Indien een werknemer in strijd met de instructie handelt en aangeeft dat hij de instructie niet kent, een schriftelijke instructie ontbreekt en werknemers vaker onbedoeld in strijd met de betreffende instructie handelen, is de instructie niet voldoende duidelijk en kan van plichtsverzuim geen sprake zijn.11 Het weigeren van een bekende en redelijke instructie kan echter wel leiden tot plichtsverzuim, dit kan een disciplinaire maatregel tot gevolg hebben.12 Het instructierecht van het bevoegd gezag is niet onbeperkt. Er kunnen geen instructies gegeven worden over zaken waar de leraar zeggenschap over heeft op grond van het professioneel statuut. Daarnaast mogen instructies er niet toe leiden dat de leraar in strijd moet handelen met zijn professionele standaard. Ten slotte wordt de instructiebevoegdheid van het bevoegd gezag in het hoger onderwijs begrensd door de academische vrijheid.