De kosten van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/2.6.3.2:2.6.3.2 Te horen procespartijen
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/2.6.3.2
2.6.3.2 Te horen procespartijen
Documentgegevens:
mr. P.H.M. Broere, datum 12-05-2022
- Datum
12-05-2022
- Auteur
mr. P.H.M. Broere
- JCDI
JCDI:ADS652520:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 2 maart 1994 (r.o. 3.1 e.v.), NJ 1994/547, m.nt. J.M.M. Maeijer (onder NJ 1994/548) (VHS).
HR 2 maart 1994 (r.o. 3.4), NJ 1994/547, m.nt. J.M.M. Maeijer (onder NJ 1994/548) (VHS). Zie ook Kamerstukken II 1969/70, 9596, 6, p. 2.
Kamerstukken II 1969/70, 9596, 6, p. 1-2.
HR 4 maart 1988 (r.o. 3), NJ 1989/628, m.nt. G.R. de Groot (Verzoekschrift Santos).
HR 10 september 1993 (r.o. 3.3), NJ 1993/777, m.nt. P.A. Stein (Moolenbeek/Alcatel).
Kamerstukken II 1969/70, 9596, 6, p. 1-2.
Geerts 2004, p. 220-221.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In bepaling 4.5 van de Leidraad is opgenomen dat de Ondernemingskamer partijen steeds in de gelegenheid stelt zich uit te laten over een verzoek tot verhoging van het onderzoeksbudget. De Ondernemingskamer is ingevolge art. 2:350 lid 3 BW gehouden de enquêteverzoeker te horen, althans op te roepen bij een verzoek tot verhoging van het onderzoeksbudget. Ook de onderzoeker, als verzoeker tot verhoging van het onderzoeksbudget, moet worden opgeroepen, op de voet van art. 279 lid 1 Rv. Daarnaast moet de rechtspersoon worden gehoord, althans opgeroepen, op grond van art. 995 lid 3 Rv.1 De Hoge Raad oordeelde in VHS dat de rechtspersoon bij ‘een verhoor’ ten aanzien van de verzochte verhoging van het onderzoeksbudget ook een in rechte te eerbiedigen belang heeft, nu de rechtspersoon de kosten van het onderzoek – behoudens de mogelijkheid tot verhaal op grond van art. 2:354 BW – in beginsel moet dragen.2 Dat is ook de achtergrond van het voorschrift dat de enquêteverzoeker moet worden gehoord: de enquêteverzoeker heeft er belang bij te worden gehoord, nu de Ondernemingskamer kan bepalen dat de kosten van het onderzoek op de enquêteverzoeker kunnen worden verhaald op grond van art. 2:354 BW.3
Op grond van art. 2:354 BW kunnen de kosten van het onderzoek ook worden verhaald op een bestuurder, commissaris of ander in dienst van de rechtspersoon. Art. 279 lid 1 Rv geeft de Ondernemingskamer de ruimte om belanghebbenden te horen. De Ondernemingskamer bepaalt daarbij wie tot de kring van belanghebbenden behoort.4 Het is aan de Ondernemingskamer overgelaten of zij belanghebbenden oproept; daarbij moet de Ondernemingskamer de eisen van een behoorlijke rechtspleging in acht nemen.5 De Ondernemingskamer behoort zich ambtshalve binnen redelijke grenzen erop toe te leggen, dat allen, die vermoedelijk belanghebbende zijn, in de gelegenheid worden gesteld zich bij de behandeling te laten horen.6 In het verzoekschrift genoemde belanghebbenden moeten doorgaans worden opgeroepen.7 Bij een verzoek tot verhoging van het onderzoeksbudget volgt uit de parlementaire geschiedenis dat onder belanghebbenden ‘uiteraard bestuurders en commissarissen’ vallen.8
Geerts acht verdedigbaar dat bestuurders, commissarissen en anderen in dienst van de rechtspersoon door de Ondernemingskamer als belanghebbende worden opgeroepen, ‘indien zij in het tot dan toe verrichte onderzoek ‘een rol van betekenis’ hebben gespeeld. De OK dient hierover met de onderzoeker in overleg te treden.’9 Het lijkt mij juist die personen op te roepen voor verhoor die op basis van het voorlopig oordeel van de onderzoeker het beleid of de gang van zaken van de rechtspersoon als bestuurder, commissaris of ander in dienst van de rechtspersoon bepalen of hebben bepaald. Dat kan een brede kring van personen zijn, waartoe ook gewezen bestuurders, commissarissen of anderen in dienst van de rechtspersoon kunnen behoren. De Ondernemingskamer moet daarbij echter niet verder vooruitlopen op toepassing van art. 2:354 BW. De taak van de onderzoeker strekt zich ook niet uit tot advisering over verhaal van de kosten van het onderzoek, zie par. 2.2.4.6. Financiert een ander dan de rechtspersoon direct de kosten van het onderzoek, dan zal deze financier mijns inziens op de voet van art. 279 lid 1 Rv ook als belanghebbende moeten worden gehoord door de Ondernemingskamer.