Einde inhoudsopgave
Regres bij concernfinanciering (VDHI nr. 156) 2019/3.2.2
3.2.2 Voor- en nadelen van concernvorming
mr. drs. C.H.A. van Oostrum, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. C.H.A. van Oostrum
- JCDI
JCDI:ADS588567:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Verbintenissenrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Bartman, Dorresteijn & Olaerts 2016, p. 10-12.
Bartman, Dorresteijn & Olaerts 2016, p. 12-17.
Zie voor doorbraakjurisprudentie onder andere: HR 25 september 1981, NJ 1982/443 (Osby); HR19 februari 1988, NJ 1988/487 (Albada Jelgersma II); HR 18 november 1994, NJ 1995/170 (NBM/Securicor); HR 12 juni 1998, NJ 1998/727 (Stalt/Coral); HR 21 december 2001, JOR 2002/38 (Sobi/Hurks); HR 11 september 2009, NJ 2009/565 (Comsys).
Bartman, Dorresteijn & Olaerts 2016, p. 19.
Olaerts 2017, p. 2-3.
Concernvorming vindt plaats als gevolg van fusie en overname of als gevolg van het eigenstandig oprichten van concernvennootschappen. Concernvorming wordt dikwijls gemotiveerd met beoogde bedrijfseconomische, organisatorische, en juridische voordelen. Onderstaand wordt kort op deze voordelen ingegaan. Daarna worden mogelijke nadelen van concernvorming uiteengezet.
Bedrijfseconomische voordelen worden gevonden in synergie, zoals het centraal regelen van research, marketing, planning en personeelsbeleid. Ook het verkrijgen van een sterkere onderhandelingspositie ten opzichte van financiers, verzekeraars of concurrenten is een gehoorde reden. Daarnaast kan een concern een centraal financieringsbeleid voeren. Dit kan onder andere rentabiliteitsvoordelen opleveren. Dit beleid maakt het ook mogelijk dat concernvennootschappen elkaar in barre tijden steunen en zodoende een deconfiture op afstand houden.1
Organisatorische voordelen vloeien voort uit de mogelijkheid die het concern de ondernemer biedt om zijn organisatie juridisch te differentiëren naar geografische eenheid, of naar productgroepniveau. Een concernstructuur kan ook uitkomst bieden bij bedrijfsopvolging. Zo kan de bedrijfsopvolger zijn privé BV als moedervennootschap in de concernstructuur inpassen door de aandelen van de oude moedervennootschap te kopen.2
Concernvorming heeft ook verschillende juridische voordelen. Hierbij valt te denken aan: het toepassen van beschermingsconstructies, het mitigeren van aansprakelijkheid, het toepassen van juridische efficiency maatregelen zoals een 403-verklaring en het opzetten van fiscale constructies.
Het gebruik van een concernstructuur brengt risico’s met zich mee. Zo dient het bestuur van een dochtervennootschap haar beleid in meer of mindere mate af te stemmen op het beleid van de concernleiding en verliest daarom een deel van haar autonomie. Daarnaast zijn er tussen moeder en dochters over en weer aansprakelijkheidsrisico’s.3 Bovendien kan de dochter worden aangeslagen voor het gebruik van de voordelen die een concernstructuur biedt. Zo kan de dochter door intercompany banking moeten betalen voor het gebruik van het concernkrediet aan de moedervennootschap. Datzelfde geldt voor het gebruik van licentieovereenkomsten, merken en handelsnamen door de dochtervennootschap. Hierbij worden de betalingscondities voor intragroepstransacties veelal bepaald door de concernleiding (transfer pricing). De concernleiding kan dit mechanisme gebruiken om (ten koste van de dochter) winsten en verliezen te creëren waardoor het concern als geheel beter af is.4
Wanneer dit soort zaken zonder afnameverplichting op arm’s length worden aangeboden blijft er bewegingsruimte voor de dochter bestaan. Ook wanneer de dochter de productiestadia binnen een bedrijfskolom in eigen beheer heeft, is zij minder afhankelijk van de andere concernvennootschappen. Worden de productiestadia binnen een bedrijfskolom daarentegen gespreid over het concern, dan ontstaat er een grotere afhankelijkheid tussen de concernvennootschappen. Dit leidt tot relatief minder armslag voor de betreffende vennootschappen.
In het idee van het concern ligt besloten dat de concernvennootschappen in een bepaalde mate hun lot aan elkaar verbinden. Zo zullen bestuurders van concernvennootschappen geneigd zijn om zich te voegen naar de instructies van de moedervennootschap die deze instructie geeft indachtig het concernbelang. In tijden van economische voorspoed wordt gewoonlijk het concernbelang centraal gesteld. Immers de concernvennootschappen zijn onder centrale leiding een eenheid in het economisch verkeer. Dit geconsolideerde denken staat haaks op het juridische uitgangspunt van de enkelvoudige vennootschap en het uitgangpunt van de individuele schuldenaar bij faillissement. Het mag dan ook niet verwonderen dat dit schuurvlak tussen de economische- en de juridische werkelijkheid tot problematiek leidt.5