Ambtshalve toepassing van EU-recht
Einde inhoudsopgave
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/2.12.1:2.12.1 Omvang van het cassatieberoep
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/2.12.1
2.12.1 Omvang van het cassatieberoep
Documentgegevens:
Mr. A.G.F. Ancery, datum 01-08-2012
- Datum
01-08-2012
- Auteur
Mr. A.G.F. Ancery
- JCDI
JCDI:ADS302227:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
66
De Hoge Raad is gebonden aan de ingediende cassatiemiddelen. Hij kan niet op ambtshalve bijeengebrachte gronden tot cassatie overgaan.1 De feitelijke grondslag voor de middelen mag alleen uit de bestreden uitspraak en de stukken van het geding komen. Het cassatieberoep vormt immers geen volwaardige derde instantie, maar veeleer een toetsing van de uitspraak in appel en daarmee een laatste mogelijkheid om eventuele fouten te corrigeren. Ook de verweerder in cassatie kan geen nieuwe feiten aandragen. Aan zijn verweer kan hij dan ook niet meer tengrondslag leggen, dan de feiten die uit de bestreden uitspraak of de gedingstukken blijken.
Een deel van de feitelijke grondslag komt dus uit de bestreden uitspraak. Dat dwingt de Hoge Raad tot een uitlegexercitie. Bij die uitleg zal de Hoge Raad soms kleine onjuistheden – bijvoorbeeld een klein motiveringsgebrek – sauveren met de overweging dat het hof een bepaald aspect kennelijk op een bepaalde manier heeft opgevat en het zo heeft mogen opvatten. Wanneer een uitleg niet mogelijk is, omdat de uitspraak op meerdere manieren kan worden uitgelegd en elk van deze manieren even aannemelijk is, dan kan slechts cassatie volgen. Uiteraard is daarvoor wel vereist dat de eiser tot cassatie met een motiveringsklacht tegen de uitspraak is opgekomen.
67
In cassatie is de bijzondere rol voor de openbare orde goeddeels uitgespeeld. Daar kan uiteraard worden geklaagd over schending van regels van openbare orde, voor zover voor die klacht voldoende feitelijke grondslag bestaat.2 De cassatierechter kan niet buiten de middelen om vernietigen of buiten de feitelijke grondslag treden teneinde toepassing te geven aan een bepaling van openbare orde.3